De Complete Feiten Over De Holocaust

 

Inhoudsopgave

Inleiding

Feiten over gebeurtenissen met Joden in WO II:

Korte opsomming van de 52 hoofdpunten

Toelichting op de hoofdpunten:
1. De holocaust bestaat niet
· Is er dan nooit een holocaust geweest?
· Feiten en gebeurtenissen die nooit worden of zijn ontkend door revisionisten
2. Geen concrete bewijzen voor systematische moord op Joden
3. Geen bewijs voor opdracht van Hitler tot moord op Joden
4. De Wannsee Conferentie als vals bewijs
5. Geen documenten van systematische massamoord
6. Codetaal: een hersenschim
· Ausrottung
· Endlösung
· Sonderbehandlung
7. Geen bewijzen voor 6 miljoen vermoorde Joden
8. Aantal omgekomen Joden miljoenen lager
9. Geen vergassingen in Duitsland
10. Aantal Auschwitz slachtoffers gedecimeerd
11. Aantal slachtoffers in alle andere kampen eveneens verminderd
12. Ondanks miljoenenverminderingen: mythisch aantal van 6 miljoen blijft
13. Geen concrete bewijzen voor 'gaskamers'
14. Geen cyanidesporen in 'gaskamers' Auschwitz
15. Geen cyanidesporen, geen massale vergassingen
16. Zyklon-b: normaal ontsmettingsmiddel
17. Zyklon-b: een absurd gaskamergif
· Vergassingen met dieseluitlaatgas
18. De vervalste gaskamer in Auschwitz
19. De vervalste gaskamer in Dachau
20. Geen originele gaskamers
21. Geen harde forensische of documentaire bewijzen
22. Geen betrouwbare getuigenissen van vergassingen
23. 10.000 valse getuigenissen
24. Veel 'nazi-bekentenissen' door foltering verkregen
· Over valse getuigen in Neurenberg
· Martelingen
25. Niemand ooit als 'vergasser' veroordeeld
· Joden in Duits Uniform nooit veroordeeld
26. Nooit lijken van vergasten gevonden
27. Rapport van het Pools-communistische Jan Sehn Instituut
28. Geen onderzoek wees ooit uit: 'dit was een gaskamer'
· Anti-revisionistische historicus Gerald Fleming vond geen bewijzen
29. Geen getuige toonde aan zelf een 'gaskamer' te hebben gezien
30. Gaskamerbouwer weerspreekt gaskamers
31. Deskundigenrapporten zeggen: geen 'gaskamers'
· Holocaust-ontkenners
· Het Leuchter Rapport
· Het Rudolf Rapport
· Het Lüftl Rapport
32. Geen sporen (as- of botresten) van miljoenen lijken
33. Crematie-ovens en 'vergassingen' niet synoniem
34. Crematie capaciteit Auschwitz volstrekt ontoereikend
35. Civiele crematie-ovens
36. Meer lijken in één oven
37. Crematiecapaciteit
38. Cokesverbruik crematoria bevestigt aantal crematies
39. Aantallen crematies Auschwitz onmogelijk
40. Foto's bewijzen "de holocaust" niet
41. Toestand verergerd door geallieerde bombardementen
42. Bergen Belsen
43. Treblinka: Vernietigingskamp of doorgangskamp?
· Fantastische verhalen / weerlegde moordmethoden
44. De Nazi's en de "perfecte" miljoenenmoord"
45. Geheimtaal en vernietiging van belastende documenten
46. Geen bewijs van vernietiging van belastende documenten
· Holocaustprofessor en illusionist: Robert Jan van Pelt
47. Luchtfoto's tonen geen massavernietiging
48. De mythe van de geheimhouding
49. De mythe van de geheimhouding
50. Waarom de "vernietigingskampen" niet werden gebombardeerd
· Waarom Joden tijdens de oorlog niet meer konden emigreren
· Het Morgenthau Plan
51. Internationale Rode Kruis: geen massavernietiging
52. Een tribunaal van haat, wraak en nog iets
53. Het IMT: justitieel schijngericht declareert "zes miljoen"
· De oorsprong van "Zes miljoen" vermoorde joden

 
De Complete Feiten Over De Holocaust (Inleiding)

 

Deze bijdrage is bedoeld voor hen die hun kennis over "de holocaust" hebben gevormd middels het onderwijs en de media. Het weerlegt talloze misverstanden over "de holocaust" door onbekende feiten te noemen die krampachtig buiten de openbaarheid worden gehouden.

Alleen wie ook van deze feiten kennis heeft genomen is in staat een evenwichtig oordeel te geven over "de holocaust" en aan discussies daarover deel te nemen.

Zonder die kennis is elk oordeel gebaseerd op halve waarheden en hele leugens. We vervallen op dit forum dan telkens vruchteloos in dezelfde vragen en dezelfde discussies.
Als u kennis hebt genomen van de hele waarheid, schaam u dan niet uw mening te herzien. Ook King Arthur geloofde zijn leven lang in de "feiten" waarmee hij door het onderwijssysteem en de joods-overheerste media is overladen. Tot hem na zorgvuldige bestudering van de indrukwekkende en niet weerlegde revisionistische feiten de ogen zijn geopend.

Beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald....

Voor alle hier genoemde feiten, gebeurtenissen en argumenten bestaan niet weerlegde bewijzen.

Het is ondoenlijk deze hier allemaal expliciet te noemen; dat zou ten koste gaan van de omvang en de leesbaarheid. Het stuk wordt toch al omvangrijk, waardoor het gevaar bestaat dat sommigen afhaken en dat zou jammer zijn. Daarom zijn verwijzingen naar de vele bronnen hier beperkt gehouden.

Om te beginnen in telegramstijl een overzicht van concrete feiten die bewust door pers, media en onderwijswereld buiten het bereik van het publiek worden gehouden. Later zal ik elk ervan nog uitvoerig toelichten en met bewijzen staven (met dank aan de revisionisten).

 

 
FEITEN OVER GEBEURTENISSEN MET JODEN IN WO II:

LET OP: vrijwel elk van de hier volgende feiten op zichzelf volstaat al om de joodse versie van "de holocaust" als een onmogelijkheid te bestempelen !

1. " De holocaust" bestaat niet. Wel onder andere een Joodse Holocaust Versie (JHV).

2. Er zijn geen concrete forensische bewijzen voor "systematische moord op miljoenen Joden" (of anderen)

3. Er bestaat geen spoor van hard bewijs voor een opdracht of medeweten van Hitler voor moord op de Joden en: zonder opdracht en medeweten van Hitler geen joodse holocaustversie

4. Op de zogenaamde "Wannsee Conferentie" in Berlijn is blijkens de notulen met geen woord gesproken over planmatig vermoorden van Joden. Laat staan dat daar tot systematische miljoenenmoord werd "besloten". De notulen tonen dat uitsluitend werd gesproken over gedwongen emigratie van Joden naar het Oosten, aangezien emigratie naar het buitenland door oorlogsomstandigheden niet meer kon. Het was een eendaagse vergadering van het tweede echelon . Alle kopstukken schitterden door afwezigheid; Heydrich was hoogst in rang. Hij verscheen diezelfde avond nog op een bijeenkomst in het 300 km verderop gelegen Praag.

5. Er kan niet één document worden overlegd dat erop wijst dat de nazi's systematische massamoord op Joden planden, voorbereidden, of uitvoerden

6. "Codetaal" is een na de oorlog gecreëerde hersenschim waarmee men onschuldige documenten omtovert tot "bewijsstukken" voor de JHV. Dat was nodig wegens het volledig ontbreken van concrete documentaire bewijzen. Onnodig te zeggen dat niets het gebruik van "codetaal" door de nazi's bewijst.

7. Voor het aantal van 6 miljoen vermoorde Joden is nooit concreet bewijs geleverd

8. Revisionisten hebben gedocumenteerd aannemelijk gemaakt dat het aantal omgekomen Joden in werkelijkheid "miljoenen" minder moet zijn geweest

9. Vaststaat dat in geen van de in Duitsland gesitueerde concentratiekampen ooit Joden zijn "vergast", dus ook niet in Dachau, Bergen-Belsen, Mauthausen, Sachsenhausen, Theresiënstadt, Natzweiler, Dora, Neuengamme, Flossenbürg, Niederhage, Oranienburg, Ravensbrück, Buchenwald, Gross-Rosen, Stutthof, enz.

10. Het veronderstelde aantal mensen (Joden en niet-Joden) dat in Auschwitz zou zijn omgekomen ("vergast") is officieel teruggebracht van 4 miljoen tot (thans) ca. 1,5 miljoen

11. Het veronderstelde aantal omgekomenen in alle andere kampen samen verminderde (tot nu toe) van ruim 2 miljoen tot 0,5 miljoen

12. Ondanks deze met miljoenen verminderde aantallen vermoorde Joden blijft merkwaardig genoeg het mythische aantal van 6 miljoen ongewijzigd

13. Voor "gaskamers" bestaan geen concrete bewijzen (geen foto's, geen bouwtekeningen, geen documenten, geen geloofwaardige overblijfselen, geen instructies, geen forensische sporen)

14. In de getoonde "gaskamer" van Auschwitz en de de overblijfselen van die van Birkenau zijn geen belastende sporen Pruisisch Blauw (onoplosbaar residu van blauwzuurgas) aangetroffen; de gemeten waarden waren gelijk aan die in bijvoorbeeld de barakken en de keukenblokken

15. Het niet aantreffen van (onvergaanbare) cyanidesporen in de veronderstelde 'gaskamers' van Auschwitz-Birkenau en Majdanek bewijst dat daar nooit massaal mensen door middel van cyanide (Zyklon-B) zijn omgebracht.

16. Zyklon-B was het enig bestaande effectieve middel tegen de tyfus veroorzakende luis, in een tijd dat er nog geen DDT en penicilline bestond. Aan door luizen veroorzaakte tyfus stierven destijds in Oost-Europa miljoenen mensen. De Duitsers gebruikten het op grote schaal in het leger, overheidsinrichtingen en concentratiekampen. Volgens officiële historici werd in Auschwitz 96% van alle Zyklon-B gebruikt voor ontsmetting en luizenbestrijding. Met de resterende 4% zouden dan honderdduizenden Joden zijn "vergast"

17. Zyklon-B is als "gaskamergif" absurd en totaal ongeschikt

18. De aan toeristen getoonde "gaskamer" in Auschwitz was een lijkenopslagruimte in het voormalige crematoriumgebouw en werd 3 jaar na de oorlog door de Polen omgebouwd tot "gaskamer"

19. De "gaskamer" in Dachau (Duitsland) werd in 1946 door de Amerikanen voor propagandadoeleinden gebouwd

20. Er kon na de oorlog (en tot op heden) niet één originele "gaskamer" worden getoond

21. Voor "gaskamers" of "vergassingen" bestaan noch forensische noch documentaire directe bewijzen

22. Van "vergassingen" zijn geen rechtstreekse getuigen; wat er is, is "van horen zeggen"

23. Door Israelische historici is vastgesteld dat van alle bekende getuigenissen van holocaustoverlevenden er tenminste 10.000(!) vals zijn

24. "Bekentenissen" van een handvol nazi's die vergassingen "bekenden" zijn aantoonbaar onder foltering verkregen

25. Nooit is op uitvoerend niveau iemand beschuldigd of veroordeeld wegens fysieke betrokkenheid bij "gaskamers" of "vergassingen"

26. Bij sectie op lijken in concentratiekampen zijn nooit restanten van blauwzuurvergiftiging gevonden

27. Er is nooit een expertiserapport geweest dat zegt: "dit lijk of deze lijken kwamen door "vergassing" om het leven"

28. Er is nooit een onderzoeksrapport geweest dat stelt: "deze ruimte was een "gaskamer" of was geschikt om als zodanig te worden gebruikt"

29. Niet één getuige toonde ooit aan zelf een 'gaskamer' te hebben gezien.

30. De bouwer van de "gaskamer" in Auschwitz-Birkenau stelde in een vrijwillige verklaring vlak voor zijn dood in 1995(?) dat die ruimte absoluut niet als "gaskamer" werd ontworpen of gebouwd en ook nooit als zodanig gebruikt kon zijn. Hij was perfect op de hoogte van de eisen welke aan ontsmettingsruimten voor Zyklon-B moesten worden gesteld en achtte het ondenkbaar dat die ruimte later tot "gaskamer" voor homocide zou zijn omgebouwd

31. Expertiserapporten over de als zodanig bestempelde ruimten geven aan dat deze onmogelijk als "gaskamer" konden hebben gediend

32. Van miljoenen lijken zijn geen sporen gevonden. Niet van tienduizenden tonnen menselijk as, niet van tienduizenden tonnen halfverbrande botresten, niet van tientallen miljoenen tanden en kiezen

33. Crematie-ovens hebben - evenals crematoria in ons land - helemaal NIETS met "vergassingen" te maken

34. In Auschwitz kon om hygiënische redenen niet worden begraven; het grondwaterpeil was daarvoor veel te hoog en 's winters de grond bevroren. Het kamp was opgezet voor 150.000 gevangenen en bij één enkele tyfusepidemie in 1942 stierven in 3 maanden tijd 20.000 mensen. De capaciteit van de crematoria was nauwelijks toereikend om het aantal "normale" sterfgevallen te verwerken, laat staan daarbij nog eens zo'n 10.000 per dag (!) extra van "vergassingen".

35. De crematie-ovens waren van een normaal civiel model, dus bestemd voor 1 lijk per verbrandingskamer. Ook dat bewijst dat ze nooit zijn ontworpen voor "systematische miljoenenvergassingen"

36. Getuigen meldden dat soms wel 3 lijken tegelijk in de ovens werden verbrand (sommigen het absurde aantal van 7). Feit is echter dat de verbrandingstijd evenredig toeneemt met de te verbranden massa, zodat bij meer lijken per verbrandingskamer de capaciteit niet verhoogt

37. In de totale bestaansperiode van alle crematoria in alle Duitse concentratiekampen zouden bij onafgebroken functioneren (theoretisch) niet meer dan ca. 400.000 lijken kunnen zijn gecremeerd.

38. Van de voor het verbranden van miljoenen Auschwitz-lijken benodigde tienduizenden tonnen cokes is in de gevonden nauwkeurige cokes-administratie van het kamp geen bewijs aangetroffen. Evenmin van de daarvoor benodigde transportmiddelen, opslagruimten en afvoer van asresten.

39. Om 4 miljoen "vergasten" in de crematiefaciliteiten van Auschwitz te cremeren, zouden de nazi's tot 1988 continu in de weer zijn geweest

40. Voor de meeste mensen zijn de afschuwelijke foto's van stapels uitgemergelde lijken genomen in de concentratiekampen, het bewijs voor massale "vergassingen". Men moet zich echter realiseren dat volgens de joodse holocaustversie vrouwen, kinderen, bejaarden en arbeidsongeschikten direct bij aankomst de "gaskamers" zouden zijn ingevoerd.

Dat waren dus allen normaal gevoede mensen met een normaal lichaamsgewicht. Op de foto's ziet men uitsluitend uitgemergelde, vaak gevlekte lijken: gestorvenen aan tyfusepidemieën. De meest beruchte foto's zijn van Bergen-Belsen in Duitsland, waar dus niet werd "vergast". Ze werden door de Geallieerden met bulldozers in massagraven gedumpt.

41. In de laatste oorlogsmaanden kwam de aanvoer van voedsel en medicijnen in de kampen vrijwel geheel tot stilstand door voortdurende dag-en-nachtbombardementen. Opslagplaatsen, spoorwegverbindingen, wegen, bruggen, vaarwegen, vrijwel alles lag in puin. Daardoor ontstonden er in de kampen dramatische tekorten aan alles en daardoor onhoudbare toestanden.

42. In Bergen-Belsen, dat uit een oogpunt van hygiëne en verzorging van gevangenen een voorbeeldig kamp was, stierven in de jaren van haar bestaan totaal 7.000 gevangenen. Het overgrote deel daarvan, ca. 5.500, stierf in de laatste 7 oorlogsmaanden. Na de bevrijding van dat kamp stierven er onder Brits bestuur nog 14.000. De Britse commandant verklaarde dat Bergen-Belsen geen "vernietigingskamp" was geweest en de Duitsers tevergeefs alles hadden gedaan om de situatie in de hand te houden.

43. Bij uitgevoerd grondradaronderzoek en boringen in 1999 in het voormalige concentratiekamp Treblinka in Polen, zijn geen sporen gevonden van "honderdduizenden" (870.000) vernietigde mensen.

44. Het is absurd te veronderstellen dat de nazi's (of wie dan ook) de illusie kunnen hebben gehad een miljoenenmoord "verborgen" te kunnen houden.

45. Het selecteren en "vernietigen van alle belastende documenten" uit miljoenen documenten verspreid over heel Europa is eveneens een hersenschim

46. Er is nooit bewijs geleverd voor het verondersteld grootschalig vernietigen van "bewijsmateriaal" door de Duitsers

47. Geallieerde luchtfoto's van Auschwitz en andere kampen tijdens het hoogtepunt van de veronderstelde massale "vergassingen" (1943-44) tonen daarvan niets

48. Van "Geheimhouding" van het uitroeiingsprogramma kon door de ligging en de wijze waarop de kampen functioneerden geen sprake zijn. Het is al voldoende te wijzen op het feit dat Joden en niet-Joden zonder onderscheid door elkaar in de kampen waren gehuisvest.

49. Auschwitz en andere concentratiekampen waren visueel niet van de buitenwereld afgeschermd zodat iedereen kon zien wat zich daar afspeelde. In Auschwitz gingen dagelijks talloze leveranciers en Poolse burgerarbeiders in en uit. Gevangenen wiens straftijd erop zat gingen terug naar huis of werden overgeplaatst naar andere kampen. Absurd te veronderstellen dat onder die omstandigheden massale moordpartijen "geheim" zouden hebben kunnen blijven.

50. Geallieerden en het verzet hebben nooit een poging gedaan "de miljoenenvergassingen" te stoppen.

51. Het Rode Kruis heeft bij haar inspecties van Auschwitz en andere kampen nooit aanwijzingen voor massamoord gevonden; wel ­ aan het eind van de oorlog ­ van mensonterende toestanden. In een officieel rapport van 1947 stelde het Internationale Rode Kruis dat er gedurende de gehele oorlog in Europa ca. 300.000 Joden door oorlogshandelingen om het leven waren gekomen.

52. De sinds de oorlog heiligverklaarde vonnissen van het Internationaal Militair Tribunaal in Neurenberg (IMT) bewijzen niets over "systematische massamoord", "gaskamers" of "zes miljoen". Het was in de allereerste plaats een ordinaire wraakoefening van de overwinnaars op de overwonnenen en in de ogen van veel juristen in internationaal en militair recht een juridische en morele aanfluiting. Bewijzen behoefden niet te worden geleverd, de verdediging was een farce, getuigenissen werden niet op waarheid gecontroleerd, enz., enz.

 
Nu eerst volgordelijk een gedetailleerde bespreking van deze punten, waarin men de bewijzen aantreft.

Daarna een uiteenzetting over de krachten achter en de motivering voor de verspreiding van de vele leugens en desinformatie van "de holocaust", de farce van de officiële "holocaustwetenschap", het revisionisme en de wedergeboorte van Kettervervolging in de Eenentwintigste Eeuw.

Maar nu eerst (het begin van) de puntsgewijze toelichting op de hiervoor genoemde 52 feiten

1. "DE HOLOCAUST" BESTAAT NIET

"De joodse Holocaust" bestaat niet. Het aan het Grieks ontleende woord "holocaust" betekent volkerenmoord door levende verbranding. Van een werkelijke holocaust was in WO II alleen sprake bij de Geallieerde massavernietigings fosforbombardementen op Dresden, Hamburg, Berlijn, Tokyo, enz., en natuurlijk bij de atoombomaanvallen op Hiroshima en Nagasaki. Het woord "holocaust" is compleet irrelevant voor het lot van Europese Joden in WO II. Die zijn net zo min levend verbrand als andere slachtoffers van de concentratiekampen en oorlogshandelingen.

In 1979 werd een Hollywoodproductie met die naam uitgebracht, waarvan de naam sindsdien door de filosemitische media is overgenomen om het door hen gepropageerde beeld van de Jodenvervolging uniek te doen lijken in de eindeloze reeks genocides die de geschiedenis heeft gekend. Er werd een gekunsteld verband gelegd met lijkverbranding na overlijden in Duitse kampen, iets dat echter niet exclusief voor Joden werd toegepast, maar voor alle in de kampen gestorvenen. Net zoals die film, berust ook de naam "holocaust" op voor propagandadoeleinden bestemde mutilatie van de werkelijkheid.

Evenmin als er in die tijd letterlijk sprake was van een holocaust op Joden, zo is er evenmin sprake van zoiets als " de " holocaust. Immers, over wat er in WO II onder het nazi-regime met de Europese Joden gebeurde bestaan uiteenlopende opvattingen. Historici van naam verschillen van mening over aantallen, plaatsen, data, gebeurtenissen, methoden, verantwoordelijken, interpretaties van documenten, enz.
Dat blijkt o.m. uit de verschillende "feiten" die door de jaren heen door holocausthistorici als "waarheid" over "de holocaust" werden gepresenteerd. We noemen daarvan:

- Het aantal omgekomenen in Auschwitz (gedaald met 2,5 miljoen van 4 miljoen naar - voorlopig - 1,5 miljoen).
- In tegenstelling tot vroeger worden nu "vergassingen" uitsluitend in Poolse kampen gesitueerd en niet meer in Duitsland
- Het aantal omgekomenen in kampen buiten Auschwitz daalde met nog eens 1,5 miljoen tot ca. 0,5 miljoen in 1995).
- Van de talloze veronderstelde moordmethoden vielen in de loop der jaren af: electrocuteren, levend koken, ongebluste kalk, levend verbranden, machinaal de hersens inslaan ('om kogels te sparen'), enz.
- Gruwelverhalen zoals bijvoorbeeld zeep uit Jodenvet en lampenkappen van menselijke huid zijn ontmaskerd als pure verzinsels
- De beruchte massamoord in Katyn, aan de Duitsers toegeschreven maar door de Soviets gepleegd.
- Niet-vergassing van 450.000 Hongaarse Joden.
- Geen systematische moord op 20.000 Jehova's Getuigen (in al die jaren stierven er precies 203 in de kampen).
- Geen systematische moord op homosexuelen.
- Grote meningsverschillen over aantallen omgekomen ("vergaste") zigeuners.
- De opvatting van een snelgroeiend aantal revisionistische historici en forensische onderzoekers dat er geen sprake is geweest van "gaskamers", "vergassingen" en "systematische vernietiging".
- Enzovoort, enzovoort.

Het al of niet opnemen van deze en andere feiten in de geschiedenis van "de holocaust" leidt tot evenzovele versies ervan. Wie twintig jaar geleden in de officiële "holocaust" geloofde, geloofde in een andere "werkelijkheid" dan hij die vandaag of morgen in de officiele leer van "de holocaust" gelooft.

Het eenduidige, onveranderlijke verhaal dat de holocaustindustrie propageert, de JHV, komt op belangrijke punten niet overeen met de bewezen werkelijkheid.

Niettemin wordt deze versie ons als 'officiele staatsreligie' opgedrongen: de Joodse Holocaust Versie is "de Holocaust".

Ze bestaat uit drie onverbrekelijk met elkaar verbonden onderdelen:
1. Systematische genocide in opdracht van Hitler volgens een uitgewerkt plan,
2. 'Gaskamers' waarin miljoenen Joden net Zyklon-B en uitlaatgassen werden vermoord en daarna verbrand
3. In totaal werden zes miljoen Joden vermoord.

Voor geen van deze drie hoofdonderdelen van "de holocaust" bestaan concrete bewijzen.

IS ER DAN NOOIT EEN "HOLOCAUST" GEWEEST?
Jazeker wel, maar niet die van de joodse holocaust versie. Onomstotelijk staat vast dat honderdduizenden Joden door toedoen van de nazi's omkwamen. Echter, niet door een doelbewust systematisch beleid van uitroeiing: niet in "gaskamers" en geen "zes miljoen".
Daarover hebben we het hier, niet over het ontkennen, bagatelliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de vele bewezen nazimisdaden in WO II tegen Joden, maar over DE WAARHEID DAAROVER, die reeds gruwelijk genoeg is. De Europese Joden hebben immers zonder twijfel het meest geleden onder het nazibewind. Grote aantallen van hen (en anderen: Slavische volken, zigeuners, communisten, homoseksuelen, Jehovah's Getuigen, enz.) werden geterroriseerd, van huis en haard gesleept, in slavernij gebracht en daarmee de dood in gejaagd. De misdaden tegen de menselijkheid, waaraan de nazi's zich tegenover deze merendeels onschuldige mensen schuldig maakten, onder wie vrouwen, kinderen, grijsaards, zieken, enz., worden hier onvoorwaardelijk afgekeurd en staan voor mij buiten elke discussie. Evenmin als revisionisten dat doen, ontken ik daarom niet dat er feitelijk genocide op Joden is gepleegd.

Revisionisten stellen dat 'gaskamers' en 'vernietigingsfabrieken' niet bestonden, maar dat in de concentratiekampen de omstandigheden gaandeweg zo slecht werden dat daar honderdduizenden Joden (en anderen) stierven door ziekte, gebrek en peilloze ellende. Bovendien dat aan en achter het Oostfront vele tienduizenden Joden en anderen werden afgeslacht. Daarvoor waren Hitler en de Duitse leiding verantwoordelijk.

Om de desinformatie van filosemieten en holocaustpromotie over revisionisten ("holocaust-ontkenners") te weerleggen, hieronder een niet limitatief overzicht van:

Feiten en gebeurtenissen die NOOIT worden of zijn ontkend door revisionisten:

- Het bestaan van een uitgebreid netwerk van concentratiekampen in Duitsland en bezet Europa.
- Het bestaan van een systeem van dwangarbeid voor gevangenen in deze kampen.
- Het feit dat het nazi-regime fel anti-joods was en ernaar streefde de Joden uit Duitsland en daarna uit de bezette Europese landen te verwijderen.
- Zij om dat te bereiken een programma, Endlösung ('final solution', 'eindoplossing') uitvoerden, wat inhield Joden in getto's bijeen te brengen en naar concentratiekampen en werkkampen buiten Duitsland in de Oostelijke bezette gebieden over te brengen.
- Dat Joden (en anderen) verdacht van of betrokkenen bij illegale partisanenacties door Duitse Einsatzgruppen tijdens veiligheidsoperaties ('preventieve guerrillabestrijding') werden terechtgesteld. Inclusief het feit dat bij deze acties veel onschuldige mensen werden vermoord.
- Het feit dat onder de 40 miljoen doden van WO II ook enkele honderdduizenden Joden omkwamen door mishandeling, honger, besmettelijke ziekten, bombardementen, militaire acties, pogroms van wraakzuchtige Oost-Europese bevolkingsgroepen, acties van Einsatzgruppen, naamloze ad hoc misdaden en andere oorlogsomstandigheden.
- Het feit dat veel Joden in concentratiekampen gescheiden werden van hun familie en vrienden en velen van hen door ziekte, uitputting en pure ellende stierven.
- Het bestaan van crematoria in concentratiekampen om de grote aantallen doden, waaronder tengevolge van o.a. tyfusepidemieën zonder gevaar voor de volksgezondheid te kunnen verwijderen.
- Het bestaan van specifieke voorzieningen waarin met Zyklon-B (blauwzuurgas) kleding, beddengoed, enz. werd ontsmet.
- Het feit dat Britse en Amerikaanse troepen bij de bevrijding van de kampen vreselijke taferelen van stapels lijken in de open lucht en massa's gevangenen in afschuwelijke toestand aantroffen.
- Het feit dat ook door de Duitsers wreedheden werden begaan die de grenzen het oorlogsrecht verre te buiten gingen, gepleegd door het soort lieden dat zich daartoe in iedere oorlog en ieder leger te buiten gaat.

Iedereen die niettemin spreekt over "holocaust-ontkenners" doet zich dan ook kennen als een loze praatjesmaker; 'intellectuelen' die dit scheldwoord gebruiken afficheren zich daarmee als bewuste leugenaars.

"Goed", kan men zeggen, "wat maakt het voor verschil of er zeshonderdduizend of zes miljoen Joden door de nazi's zijn vermoord, het is en blijft walgelijk." Inderdaad, moreel gezien maakt het weinig verschil als het aantal slachtoffers bijvoorbeeld 10% van dat aantal was. Maar waarom zeggen we dat niet ook tegen degenen die hardnekkig aan het onware aantal van 6 miljoen vasthouden en dat onder dwang aan iedereen opleggen? Er worden dan immers 5,4 miljoen doden teveel opgevoerd en met dat zo te laten, laten we willens en wetens elke aanspraak op waarheid over een joodse holocaust los. Dat is minachting voor de Waarheid en bescherming van de Leugen en om die reden onaanvaardbaar.

Als het aantal slachtoffers er niet toe doet, waarom dan het aantal Zes Miljoen justitieel beschermen en tot sociaal taboe verheffen? Maar natuurlijk doet dat aantal er wel degelijk toe. De Duitsers betalen al decennialang op basis van 'zes miljoen vermoorde Joden' enorme bedragen 'Wiedergutmachung' (waarvan overigens aan joodse zijde bitter weinig valt te constateren). Joodse pressiegroepen in de VS persen miljarden dollars "schadevergoedingen" af van de volmaakt onschuldige belastingbetalers van heden. Onder andere daarom mag u uw eigen oordeel over de juistheid of onjuistheid van dat aantal van 'Zes Miljoen' niet vrij vormen. Ook de joodse staat ontleent immers haar legitimatie en immuniteit tegen kritiek op ontelbare wandaden geheel aan "de holocaust"?

 
2. GEEN CONCRETE BEWIJZEN VOOR SYSTEMATISCHE MOORD OP JODEN

Een van de drie hoofdpunten van de Joodse Holocaust Versie is dat massamoord op Joden werd uitgevoerd op systematische, fabrieksmatige wijze, volgens een tevoren beraamd plan in opdracht van Hitler.

Daarvoor bestaan echter geen concrete, forensische bewijzen. Dat wil zeggen dat er geen documenten zijn gevonden, geen sporen, geen opdrachten, geen budgetten, geen organisatie, geen rechtstreeks verantwoordelijken, geen uitvoeringsvoorschriften, geen verslagen, geen betrouwbare getuigenissen of welke andere feiten ook die het bestaan van zo'n systeem van massavernietiging aantonen. Op geen van deze punten afzonderlijk of gezamenlijk kan worden gesproken van een "systeem".

Integendeel, er bestaat een veelheid van documenten, feiten en omstandigheden die aantonen dat van systematische, vooraf beraamde massamoord op Joden geen sprake was.

Ook in de concentratiekampen bestond geen "systeem" voor zo'n massamoord. De holocaustliteratuur noemt de meest uiteenlopende moordmethoden: Zyklon-B, koolmonoxide, Dieseluitlaatgas, ongebluste kalk, executies, enz. Het berucht geworden Zyklon-B was nota bene een insecticide.

Met elk ervan kunnen weliswaar mensen worden gedood, maar van "een systeem" was geen sprake.
Hetzelfde gold voor de gebouwen: ook daar geen technische of operationele overeenkomsten maar grote verschillen in ontwerp, indeling, enz.
De lijkverbrandingsovens waren van een civiel model (1 lijk tegelijk), met een capaciteit in de verste verten niet toereikend in een "systeem van massavernietiging" (volgens zeggen 10.000 mensen per dag voor Auschwitz alleen(!)).
Afmetingen, bouwwijze, ontwerp en inrichting van "gaskamers" vertonen ook al geen enkel systeem of overeenkomst. Het enige dat ze gemeen hadden was dat ze stuk voor stuk compleet ongeschikt waren voor het veronderstelde doel. De gebouwen waarin ze waren gesitueerd vertoonden een totaal ongeschikte indeling en routing, het woord idioot is daarvoor nog te goed.
Ook de ontoereikende capaciteit van de crematoria stond in geen verhouding tot die van de veronderstelde "gaskamers", een feit dat elke aanspraak op een "systeem" volstrekt uitsluit.
Zo ook de wijze van lijkopruiming. Sommige kampen beschikten over crematoria, andere verbrandden in de open lucht en weer andere hadden massagraven. Ook daarin geen spoor van een "systeem".
Ook het feit dat grote groepen Joden regelmatig van het ene kamp naar een ander werden overgeplaatst (vaak meerdere malen) en vele honderdduizenden de kampen overleefden, bewijst dat van een "systeem van uitroeiing" geen sprake was.
Bij een "systeem" zouden moordmethode, gebouwen, procedures, lijkverzorging, enz. in hoge mate uniform zijn geweest en zouden er nauwelijks joodse overlevenden zijn geweest.

In volgende punten zullen we aantonen dat van een opdracht van Hitler om Joden te vermoorden geen bewijzen zijn en daartoe ook nooit is besloten.

 
3. GEEN BEWIJS VOOR OPDRACHT VAN HITLER TOT MOORD OP JODEN

Wie maar enigszins bekend is met de machts- en bevelsstructuur van het Derde Rijk, weet dat het compleet ondenkbaar is dat er een systeem voor uitroeiing van de Joden zou hebben bestaan zonder dat Hitler daarvoor opdracht zou hebben gegeven.
Er bestaat niet één direct of indirect document, getuigenis of ander bewijs voor zo'n opdracht van Hitler. Decennialang werd beweerd dat daarvoor tal van bewijzen waren, maar er is tegenwoordig geen serieus historicus meer te vinden die nog volhoudt dat dat bewijs er is.
In de bewaard gebleven gigantische Duitse archieven is niet één document, opdracht, directief, of iets van dien aard gevonden. Niettemin blijven holocaustliteratuur, publicaties, documentaires, etc. leugenachtig suggereren dat Hitler opdracht gaf tot "systematische vernietiging van de Joden". Natuurlijk, zij moeten wel. Ze hebben immers geen enkel ander bewijs en ook zij weten: zonder opdracht van Hitler, geen "holocaust".

Als "bewijs" voeren ze daarom de notulen van de zgn. 'Wannsee conferentie' aan, waarvan Yehuda Bauer, directeur van het Yad Vashem Museum in Israël zei: "In de publiciteit wordt het dwaze verhaal keer op keer herhaald dat op de Wannsee conferentie tot uitroeiing van de Joden werd besloten".

 
4. DE WANNSEE "CONFERENTIE" ALS VALS BEWIJS

De eendaagse bijeenkomst van nazi's van het 2e echelon op 20 januari 1942 in een voormalige patriciërswoning bij het Wannsee meer bij Berlijn, bekend geworden onder de weidse naam Wannsee Conferentie, stond onder leiding van Reinhardt Heydrich, Chef van de Sicherheitspolizei. Heydrich was kort daarvoor door Himmler benoemd tot zaakgelastigde voor wat werd genoemd de 'Oplossing van het Europese Jodenvraagstuk' (Endlösung der Europäischen Jüdenfrage), de verwijdering uit het Grootduitse Rijk van alle Joden. Volgens een verklaring van Eichmann tijdens zijn proces in Jeruzalem, duurde de 'conferentie' slechts anderhalf uur; Heydrich's aanwezigheid dezelfde avond nog in Praag, ca. 300 km verderop, lijkt dit te bevestigen.

Van deze vergadering zijn de notulen bewaard gebleven. Er stond niets geagendeerd dat te maken had met of zelfs maar leek op een plan voor systematische uitroeiing van de Europese Joden; niets werd daarover besproken, laat staan besloten. Wie de notulen leest, constateert dat het onderwerp van de 'conferentie' was verplaatsing van de Europese Joden uit het Grootduitse Rijk naar het Oosten.

Hoewel het voor de hand ligt te veronderstellen dat op een besluitvormende vergadering over een in de geschiedenis nooit eerder uitgevoerd onvoorstelbaar 'project' voor systematische uitroeiing van miljoenen mensen enkele topverantwoordelijken aanwezig zouden zijn geweest (Hitler, Himmler, Göring en/of Goebbels), was dat niet het geval.
Aanwezig was alleen het tweede echelon. Ze bespraken de resultaten van de tot dan toe gevoerde politiek van 'vrijwillige' emigratie en de voorbereidingen voor een plan van Himmler voor gedwongen evacuatie naar het Oosten. Geen van de aanwezigen was bevoegd beslissingen te nemen over dit politieke besluit. Indien er ooit een besluit is genomen tot het vermoorden van de Joden, dan moet dat dus op een ander tijdstip en op een ander niveau zijn geweest. In elk geval niet in Wannsee en niet door degenen die daar aanwezig waren.

De Wannsee notulen reppen met geen woord over uitroeiing van de Joden, laat staan over een methode waarop dat zou moeten gebeuren. Wel wordt maar liefst 18 keer het woord evacuatie en 14 keer het woord emigratie gebruikt.

Na de oorlog is men op de loop gegaan met de tijdens die vergadering gebruikte term Endlösung der Jüdenfrage (eindoplossing van het Jodenvraagstuk) en heeft daar in de Engelse vertaling The Final Solution van gemaakt, hetgeen het vermoorden van alle Joden moet betekenen. Hoewel "eindoplossing" in de vertaling consequent wordt gelijkgesteld aan vermoorden, merken we op dat de Duitsers al sinds 1933 bezig waren de Joden uit Duitsland en Oostenrijk te laten emigreren naar het buitenland. Tot 1941 waren er al 800.000 uit Duitsland en Oostenrijk geëmigreerd. Duitsland was daarvoor echter afhankelijk van het buitenland en er was nauwelijks een land bereid om Joden op te nemen. Nadat de oorlog was uitgebroken werd dat al helemaal onmogelijk, zodat de gedachte ontstond om nu voor dat probleem zelfstandig een "eindoplossing" te creëren door emigratie naar de veroverde Oostgebieden. Daarmee zou deze kwestie dan definitief geregeld zijn, de "eindoplossing" (Endlösung).

Tot 1941 werd aan het begrip Endlösung der Jüdenfrage absoluut door niemand een sinistere betekenis gehecht. In correspondentie tussen Joodse Raden en de Duitse overheid werd daarvoor en daarna regelmatig gesproken over de Endlösung der Jüdenfrage als het ging over emigratie of verplaatsing van Joden. Pas na de oorlog werden in het kader van het onbewezen "gecodeerde taalgebruik" documenten van ná 1941 opgevoerd als "bewijs" voor systematische massamoord op Joden.

De notulen van de zgn. Wannsee 'conferentie' zijn het beruchtste voorbeeld van "codetaal," waarmee wordt geprobeerd te "bewijzen" dat tot massamoord op Joden zou zijn besloten.

Van deze notulen, "Wannsee Protokol" genaamd, zijn diverse versies in omloop, welke volgens verschillende deskundigenonderzoeken alle geheel of gedeeltelijk vervalst zijn. Wij zijn uitgegaan van de "officiële" versie in het bezit van het Duitse Ministerie van Buitenlandse Zaken. Ook dat is echter een kopie van onbekende herkomst.

Geïnteresseerden kunnen zelf de als officieel gepresenteerde notulen van de "Wannsee conferentie" in Nederlandse vertaling nalezen op een holocaustsite: http//www.ghwk.de/nederlands/protnl.htm
Een Duitse en Engelse versie vindt u op www.white-history.com/wannsee.htm Op die site vindt u tevens een uitgebreid en gedetailleerd overzicht van geconstateerde vervalsingen in deze "belastende" documenten.

 

 
5. GEEN DOCUMENTEN VAN SYSTEMATISCHE MASSAMOORD

Evenmin als er ooit bewijs is gevonden voor een opdracht van Hitler tot massamoord op Joden, bestaat er ook niet één document waarmee concreet kan worden aangetoond dat de nazi's massamoord op Joden voorbereidden of uitvoerden.
Alle getoonde documenten zijn van het type "circumstantial evidence", "interpretaties", "codetaal", of regelrechte vervalsingen.
Ze worden onveranderlijk eenzijdig opgevoerd, zonder de veel talrijker documenten die het tegendeel bewijzen zelfs maar te noemen.

"Maar het is toch logisch dat er geen bewijsmateriaal is gevonden? Duitsers vernietigden toch voor het eind van de oorlog alle belastende documenten en bewijsmateriaal?"
Wie dat werkelijk meent heeft geen benul van de omvang en complexiteit van de Duitse bureaucratie.
Tientallen miljoenen documenten, originelen, afschriften, kopieën, citaten, enz., verspreid over heel Europa, circuleerden tot in de haarvaten van de enorme Duitse organisatie. Bovendien bestonden er omvangrijke statische en semi-statische archieven zowel in Duitsland als in de bezette gebieden.
Vernietiging van belastend bewijsmateriaal zou alleen mogelijk zijn geweest als complete administraties zouden zijn vernietigd. Selectieve vernietiging van alleen "belastende" documenten zou betekend hebben dat de Duitsers de archieven document voor document zouden hebben moeten screenen, een karwei dat tientallen jaren zou hebben geduurd. Dat is natuurlijk niet gebeurd.

Complete administraties en tienduizenden tonnen documenten en vielen ongeschonden in handen van de Geallieerden. Er bestaat ook geen spoor van bewijs, geen enkele getuige of aanwijzing dat de Duitsers getracht hun administraties of gedeelten daarvan zouden hebben vernietigd.
Er werden geen direct belastende documenten gevonden omdat die er niet waren. Alleen de meest "belastende" documenten, gesteld in "codetaal", merkwaardig genoeg door de Duitsers over het hoofd gezien, werden jaren na de oorlog door ijverige joodse historici "ontdekt".
Voor het gebruik van "codetaal" door de Duitsers is evenmin ooit één bewijs of één getuige gevonden.

Het 'gecodeerde taalgebruik' en de veronderstelde vernietiging van alle bewijzen betrekking hebbend op veronderstelde massavergassingen worden al helemaal ongeloof'waardig als men bijvoorbeeld weet dat vrijwel alle documenten over bestelling en verbruik van Zyklon-B in Auschwitz over de hele kampperiode volledig en nauwkeurig bijgewerkt zijn teruggevonden. Ook daarbij geen enkel spoor van 'vernietiging' of 'gecodeerd taalgebruik'.

Niet alleen complete Duitse administraties vielen in geallieerde handen, ook stempels, briefpapieren, schrijfmachines, drukkerijen, cliché's, enz. Dat gaf volop mogelijkheden om desgewenst elk benodigd "belastend document" aan te maken. Zo "bewezen" de Soviets onder meer met "Duitse documenten" dat de massamoord op 15.000 Poolse officieren bij Katyn niet door hen, maar door de nazi's was gepleegd.....

De Britse GCHQ, een gespecialiseerde dienst met 3.000 codespecialisten, kraakte begin 1942 de geheime code voor het berichtenverkeer van de top van de SS. Daardoor waren zij tot eind 1943 volledig op de hoogte van de dagelijkse berichten die de commandanten van Auschwitz en tien andere concentratiekampen uitwisselden met de hoogste leiding in Berlijn. Ze onderschepten onder meer hoeveel transporten er dagelijks in Auschwitz aankwamen, met hoeveel mensen, hoeveel er Auschwitz verlieten, waar naartoe, hoeveel er in Auschwitz achterbleven, hoeveel er waren gestorven. De Britse intelligence officier die de leiding over GCHQ had, Hinsley, verklaarde dat: daarin niet één keer sprake was van vergassingen, of zelfs maar de geringste aanwijzing daarvoor. Bijna alle doden werden veroorzaakt door tyfus en andere ziektes.

 
6. "CODETAAL": EEN HERSENSCHIM

Wie leest of hoort spreken over "de holocaust", "de Shoa" of "de vernietiging van de Joden", doet er verstandig aan buitengewoon op zijn hoede te zijn en zich te realiseren dat veel ervan berust op mondelinge getuigenissen, verhalen uit de tweede en derde hand, overdrijvingen en regelrechte onwaarheden. Zoals we hiervoor hebben aangegeven, bestaan er geen concrete bewijzen voor een "systeem van massamoord", integendeel, alles wijst erop dat zo'n systeem niet bestond. Hetzelfde is het geval bij de andere twee hoofdpunten van "de holocaust": voor "gaskamers" en "zes miljoen" bestaan evenmin concrete (forensische) bewijzen.

De afwezigheid van documentaire bewijzen voor "systematische uitroeiing" en "gaskamers" onder miljoenen na de oorlog minutieus nageplozen nazi-documenten, paste niet in de logica van het holocaustdogma en leidde tot de veronderstelling dat door de nazi's een "codetaal" moest zijn gebruikt.

Met behulp van de na de oorlog geïntroduceerde fictie van een "codetaal", konden tal van neutrale documenten alsnog tot sinistere "bewijsstukken" voor de Joodse Holocaust Versie worden maakt.

Onnodig te zeggen dat niets het gebruik van "codetaal" door de nazi's bewijst. Daarvoor bestaat niet alleen geen enkele concrete aanwijzing maar er was ook nooit iemand die van het bestaan ervan kon getuigen.

Over bewijs wordt in de holocaustpropaganda echter nooit gesproken, waarom zou men ook, er wordt nooit naar gevraagd (dat is "anti-semitisch"). Men pesenteert ongehinderd valse vertalingen, tendentieuze interpretaties en, in sommige gevallen, regelrechte vervalsingen.

Het is ondoenlijk hier alle valse vertalingen en interpretaties afzonderlijk te behandelen. Daarom beperk ik mij tot de belangrijkste veelmisbruikte woorden: "Ausrottung", "Endlösung" en "Sonderbehandlung".

Ausrottung (uitroeien) wordt in de holocaustliteratuur overal en altijd gelijkgesteld met fysieke uitroeiing. Overal en altijd waar Hitler het woord gebruikte, wordt het aangevoerd als bewijs dat hij van het begin af aan de Joden wilde uitmoorden. Hoe onjuist dit is kan eenvoudig worden aangetoond. In zijn toespraak bijvoorbeeld op de dag van het uitbreken van WO II, 1 september 1939, beschuldigde Hitler het internationale Jodendom ervan een Wereldoorlog te willen beginnen "zur Ausrottung der arischen Völker". Uiteraard bedoelde Hitler hier niet dat de Joden alle Arische volkeren fysiek zouden gaan uitmoorden. Hij bedoelde een andere orde van vernietiging: onschadelijk maken, onderwerpen, enz.

Toen tijdens het IMT-proces Alfred Rosenberg werd gevraagd naar de betekenis van 'Ausrottung' in Hitler's rede, zei hij daarvoor geen woordenboek nodig te hebben: "Men kan een idee 'Ausrotten', een economisch systeem, een sociale orde, maar ook een groep. Het is eenvoudig een voorstellingswijze, geen fysieke vernietiging."
Rosenberg's antwoord was correct. Het woord 'Ausrottung' werd bijvoorbeeld ook gedurende de oorlog met de Soviet-Unie veelvuldig gebezigd: "het Joods-Bolsjewistisch systeem moet worden "ausgerottet".

Rosenberg sprak vloeiend Russisch en ontmaskerde tijdens zittingen van het IMT keer op keer opzettelijk valse vertalingen, bijvoorbeeld als 'inlijving' werd vertaald als 'uitroeiing'.
Augustus 1936 presenteerde Hitler zijn tweede Vierjarenplan met onder andere de frase dat "als de Bolsjewieken erin slagen Duitsland in te nemen, dat tot Ausrottung van het Duitse volk zal leiden." Ook daarmee bedoelde hij duidelijk niet dat de Russen 50 miljoen Duitsers zouden vermoorden, maar dat het eind zou betekenen van Duitsland als onafhankelijke natie en volk.

Hetzelfde voor wat hij tegen de Tsjechische president Emil Hácha zei op 15 maart 1939. Hácha had zojuist het stuk ondertekend waarin hij de Tsjechische onafhankelijkheid opgaf, toen Hitler tegen hem zei: "Het is goed dat u tekende, anders zou dat de Ausrottung van het Tsjechische volk hebben betekend." Daarmee bedoelde hij uiteraard niet te zeggen dat hij de 8 miljoen Tsjechen zou hebben uitgemoord, maar dat het eind van Tsjecho-Slowakije als afzonderlijk land zou hebben betekend.
Overal waar Hitler het woord Ausrottung in relatie tot Joden gebruikte wordt het echter opgevoerd als "bewijs" voor systematische fysieke massamoord. Even onlogisch als onwaar.

Endlösung is eveneens een na de oorlog berucht geworden woord, consequent foutief geciteerd en geïnterpreteerd, teneinde "systematische moord op de Joden" te "bewijzen".
Niet alleen bij de Wannsee-notulen wordt "Endlösung" valselijk als "bewijs" aangeroepen, bij talloze andere stukken wordt het voorgesteld alsof het automatisch "moord op de Joden" betekent.

Met 'Endlösung' werd echter een territoriale eindoplossing bedoeld, dus emigratie en deportatie, zoals door tal van documenten (o.m. een brief van Heydrich) wordt aangetoond.
Zelfs op 7 maart 1942 schreef Goebbels nog een memorandum waarin hij het Madagaskar Plan voorstelde als 'Endlösung' ('Final Solution') voor de joodse kwestie.
Elke holocausthistoricus wordt hierbij uitgenodigd te bewijzen dat met Endlösung der Jüdenfrage de fysieke uitroeiing van Joden werd bedoeld.

Sonderbehandlung. Het voorvoegsel Sonder (bijzonder, speciaal) werd bij talloze begrippen en namen gebruikt. Alles wat van de normale gang van zaken afweek was 'Sonder'. Een 'Sonderbehandlung' kon een speciale behandeling van een bepaalde groep zijn, zoals krijgsgevangen geallieerde piloten of officieren die anders werden behandeld dan andere krijgsgevangenen, mensen met besmettelijke ziekten, burgerlijke autoriteiten, enz. In feite kan 'Sonderbehandlung' van toepassing zijn op iedere willekeurige 'van-geval-tot-geval' situatie. In de kampen van het zgn. Altreich hebben nooit 'vergassingen' plaatsgevonden. Niettemin werd in tal van documenten gesproken over 'Sonderbehandlung'.
Vaststaat echter dat er wel degelijk ook Sonderaktionen waren waarbij mensen werden geliquideerd.

In het taalgebruik van de JHV betekent 'Sonder' echter altijd 'moord', ook al is daarvoor verder geen bewijs. Een Sonderaktion is altijd een "vergassing", een Sonderkommando is altijd een moordkommando. Als wordt gesproken over een Sonder-kraftfahrzeug, is dat een 'Gaswagen', terwijl de Wehrmacht over meer dan honderd verschillende typen vrachtwagens beschikte die de benaming Sonderkraftfahrzeug droegen en er nooit betrouwbaar bewijs voor het bestaan van 'Gaswagens' is gevonden.

Een in de JHV veelgebruikte truc is onzorgvuldige en kwaadwillige vertaling van Duitse documenten om bewijs" te suggereren. Als Hitler in een memorandum bij het 2e Vierjarenplan spreekt over Beseitigung (= terzijde schuiven, verwijderen) van Joden uit de Duitse economie, wordt dat voorgedragen als uitroeiing van Joden.

Sommige historici zijn ambivalent over "codetaal": Pressac erkent dat Sonderaktion niet automatisch 'vergassing' betekent. Hilberg stelt, bij gebrek aan bewijzen dat de nazi's niets op papier hadden, maar via gedachtenoverdracht precies van elkaar wisten wat er van hen werd verwacht! (Massamoord door telepathie?)

Een commandant moest zelf "aanvoelen" of een bepaalde groep gevangenen "vergast" moest worden of bijvoorbeeld in een apart kamp worden ondergebracht. Een ronduit absurd idee voor iedereen die de keiharde Befehl ist Befehl cultuur van de nazi's kent. Eigen interpretatie van opdrachten werd - om het zacht te zeggen - in de Duitse hiërarchie bepaald niet gewaardeerd.

Andere holocausthistorici, zoals de Canadees-Nederlands-halfjoodse holocaustcoryfee professor Van Pelt, wringen zich in de vreemdste bochten om het wurgende gebrek aan bewijzen voor de JHV weg te redeneren. Van Pelt maakt het wel heel bont als hij het niet vinden van geheime stukken in de ongeschonden archieven van Auschwitz verklaart met: "De beste manier (voor de nazi's) om geen wantrouwen te wekken als het om een geheime operatie ging, was geen aandacht te schenken aan de geheimhouding ervan en zo weinig mogelijk de kwalificatie 'Geheim' te gebruiken"...
Men gelooft zijn ogen niet. De modernste variant van "codetaal":

"Het was zo geheim dat niemand mocht weten dat het geheim was en daarom werd het niet geheim gehouden...."

Bij dit soort onbedaarlijke onzin wreekt zich het feit dat "holocausthistorici" nooit ofte nimmer serieuze kritiek of tegenspraak ontmoeten. Revisionisten worden doodgezwegen, bespot en geterroriseerd. Aldus kan het (professorale) holocaust-establishment ongestoord allerlei bizarre onzin en fantastische verzinsels als "feiten" aan het publiek slijten. De enkeling die kritiek heeft, krijgt geen mogelijkheid dat publiekelijk te uiten en als hem dat ondanks alles toch lukt, komt het CIDI, als vaste opdrachtgever van de Afdeling Inquisitie Service van het Openbaar Ministerie, met een opdracht de Ketter te straffen. Het OM doet vervolgens haar uiterste best om middels Artikel 137d van de Strafwet haar belangrijkste relatie tevreden te stellen en een rechter zover te krijgen de (uitsluitend niet-joodse) "holocaust-ontkenner" te veroordelen.

Later kom ik zowel op de wetenschappelijke farce van de "holocauststudie" als op de onvervalste Kettervervolging in de 21e Eeuw uitvoerig terug.

Wat het niveau en de "nazi-codetaal" van deze holocaust"historici" betreft, wil ik het hier nu even bij laten.....

 
7. GEEN BEWIJZEN VOOR 6 MILJOEN VERMOORDE JODEN

Het aantal genoemde joodse slachtoffers van "de holocaust" van 6 miljoen is:
· Ongefundeerd.
· Vele malen te hoog.
· Gegrond op onzorgvuldige, niet geverifieerde ramingen.
· In het judaïsme is zes miljoen een Heilig getal.
· Werd eerder al in 1911 gebruikt om joods lijden uit te drukkenverder nog in 1919 en 1942.
· Op 11 juni 1945 werd in New York het mythische aantal van "zes miljoen" in relatie gebracht met de Tweede Wereldoorlog. Het werd daar geïntroduceerd als richtlijn voor joodse schadeclaims bij het (nog te beginnen) Neurenberger Tribunaal.
· Op 14 december 1945 poogde US aanklager Walsh het bij het IMT geaccepteerd te krijgen middels een verklaring van beklaagde Höttl. De verdediging eiste daarover echter een kruisverhoor met Höttl. Dat werd niet toegestaan. Door media en 'historici' werd vervolgens het aantal zonder slag of stoot overgenomen.
· Sindsdien is het mythische aantal tot juridische waarheid verheven, op grond waarvan iedereen die dit in het openbaar in twijfel trekt of ontkent kan worden vervolgd.
· Dat heeft ertoe geleid dat er geen onderzoek naar het juiste aantal kon (mocht) worden gedaan en sindsdien iedereen die zich daarover wenst te uiten onder morele chantage moet leven.
Ongefundeerd. Voor "6 miljoen" bestaan geen documenten, harde bewijzen of wat dan ook: geen asbergen, geen crematoria die in staat waren miljoenen lijken te verwerken, geen verslagen, geen geloofwaardige demografische statistische gegevens.

Vele malen te hoog. De holocaustlobby toont geen bewijzen voor haar stelling, maar verdedigt dit aantal ­ zoals we zullen aantonen - op basis van foutieve uitgangspunten. Gewoonlijk wordt het aantal van 11 miljoen in Europa aanwezige Joden uit de notulen van de "Wannsee-conferentie" opgevoerd.

Dat is bedrog. Dat is namelijk het totaal voor alle Europese landen, dus inclusief de landen die niet door Duitsland waren bezet. Het aantal Joden onder Duitse invloedssfeer bedroeg volgens die zelfde notulen 3.836.500 (zie origineel Wannsee Protokol Nr. 171, blz. 6, onder A, minus de 700.00 Joden in niet-bezet Frankrijk). Verreweg het grootste aantal daarvan waren Poolse Joden (in het zgn. Generalgouvernement), namelijk 2.284.000.

Van belang is te weten dat de cijfers voor Polen afkomstig waren van de volkstelling van 9 december 1931, welke voor geheel Polen op 3.113.000 Joden uitkwam. Tussen 1931 en 1939 daalde dit met 15,4% tot 2.633.000 door factoren als een laag geboorte-overschot, emigratie en 31.216 joodse gesneuvelden tijdens de oorlogsweken. Na de Poolse deling kwamen er theoretisch 1.607.000 onder Duits bestuur. De angst van de Joden voor de Duitsers was zoals te begrijpen groot, zodat al in de eerste weken na de Duitse inval ruim 750.000 van hen naar het door de Russen bezette deel van Polen vluchtten (de latere terrorist en premier van Israël, Menachim Begin, was een van hen). Het aantal Poolse Joden onder Duits bestuur slonk daardoor tot 857.000. Ook vluchtten er meer dan 100.000 naar Roemenië en Bessarabië, zodat er eind 1939 niet meer dan 757.000 Joden in het door de Duitsers bezette deel van Polen aanwezig waren.

Dat waren er dus 1.527.000 minder dan de 2.284.000 van het Wannsee Protokol zodat het werkelijke aantal Europese Joden onder Duits bestuur (exclusief Oekraiene) 2.309.500 was (3.836.500 minus 1.527.000).

In Oekraïne en Wit-Rusland waren volgens het Wannsee-overzicht 2.994.684 Joden. Bij de Duitse inval in de Soviet-Unie vluchtten velen van hen verder naar het Oosten en werden er door de Soviets vele honderdduizenden naar Siberië geëvacueerd.
Dat betekent dat het totaal aantal Joden in de door de Duitsers bezette gebieden in elk geval lager was dan 6 miljoen.

Onafhankelijke bronnen stellen dat aantal tussen 4 en 5 miljoen. Niemand betwist dat miljoenen van hen de oorlog hebben overleefd. Als we de voormalige Israëlische premier Netanyahu mogen geloven, hebben 5 miljoen(!) overlevenden recht op schadevergoeding door Duitsland......

Op grond van deze vaststellingen is het aantal van "6 miljoen vermoorde Joden" apert onjuist te noemen.

Maar er is meer: uitvoerige forensische, demografische, analytische en vergelijkende bewijzen tonen eveneens de onmogelijkheid van dit aantal aan en maken dat tot een onverantwoordelijke overdrijving.

Onder punt 8 zullen we het werkelijke aantal bij benadering vaststellen.

Het nauwkeurig vaststellen van het aantal omgekomen Joden is voor iedereen die dat serieus benadert, uiterst complex. Een genoemd aantal is zonder demografisch statistische kennis nauwelijks te controleren. De apologeten van "de holocaust" maken daarvan misbruik om hun "zes miljoen" als vaststaand aan de massa op te leggen. Als stok achter de deur hebben zij de vonnissen van het Neurenberger Tribunaal en ­ natuurlijk ­ de Willing executioners van wetgevers en justitie. Dat lijkt heel wat, maar daaraan ontbreekt het belangrijkste: de feiten.

Zestig jaar na de oorlog zijn demografen en statistici er niet in geslaagd exact vast te stellen hoeveel Joden er precies omkwamen. Geen historicus, noch van joodse noch van revisionistische kant, kan anders dan bij ruwe benadering, met marges van honderdduizend of meer, daarover een hypothese geven.

Dat komt o.m. door uiteenlopende definities van wie wel en wie niet tot de joodse bevolking worden gerekend, ontbrekende en onnauwkeurige tellingen in verschillende delen van voor- en na-oorlogs Europa, massale emigratie- en verhuisbewegingen vóór, tijdens en na de oorlog, grenswijzigingen waardoor delen van Polen, Duitsland en Rusland van nationaliteit wisselden, transmigratie van Joden in Rusland (van Wit-Rusland en Oekraïne verder naar het Oosten en Siberië), naamsveranderingen na emigratie, enz. Ook is het aantal voor de binnenvallende Duitsers naar het Oosten gevluchte Joden uit West-Polen en (later) Oost-Polen nooit precies vastgesteld.

Dat neemt niet weg dat de onzinnigheid van bepaalde aantallen eenvoudig kan worden vastgesteld en de plausibiliteit van andere bevestigd.

Heilig getal. "Zes Miljoen" is in het judaïsme een Heilig Getal. Al in 1911, noemde Max Nordau in zijn speech voor het Tiende Zionistische Congres, de Zes Miljoen Joden die in de (drie jaar later pas begonnen) EERSTE(!) Wereldoorlog zouden worden vermoord', als rechtvaardigingsgrond voor een joodse staat.

In The American Hebrew van 31 oktober 1919 schreef Martin H. Glynn, voormalig gouverneur van de Staat New York onder de kop De Kruisiging van de Joden Moet Stoppen: Van de overkant van de zee vragen zes miljoen mensen onze hulp [...] zes miljoen menselijke wezens [...] zes miljoen uitgehongerde mannen en vrouwen. Zes miljoen mannen en vrouwen sterven

De joodsreligieuze historie kent als het om aantallen joodse slachtoffers gaat monumentale overdrijvingen: in de Talmoed (Gittin 57b) staat dat 'vier miljard(!) Joden door de Romeinen werden gedood in de stad Bethar. Dat waren er hoogstens 50.000; ze werden gedood nadat ze onder Bar-Kokhba, een joods koning die zichzelf tot Messias had uitgeroepen, in opstand waren gekomen tegen de Romeinen. Iets verderop (Gittin 58a) zegt de Talmoed dat 16 miljoen joodse kinderen door de Romeinen in rollen werden gewikkeld en levend verbrand. (Een eerdere, toen letterlijke holocaust?) Zo'n aantal was er in de hele wereld niet, laat staan kinderen.

Het getal Zes Miljoen heeft ook een religieus-symbolisch numerieke betekenis, maar dat gaat het kader van dit onderwerp te buiten, zodat we daar niet verder op in zullen gaan.

Is het genoemde getal van Zes Miljoen joodse slachtoffers voor WO II toevallig? Ja en nee. Het werd besproken op 11 juni 1945 in een kantoor in New York. Daar kwam een aantal heren bijeen om te spreken over het instellen van het Internationaal Militair Tribunaal om de leiding van het Derde Rijk te berechten. De joodse opperrechter Jackson had eerder President Truman ervan weten te overtuigen dat het beter was hen niet te lynchen, maar voor het oog van de wereld te berechten.

Die middag ontmoette Jackson drie andere invloedrijke Joden: Nathan Perlman, Jacob Robinson en Alexander Kohanski. Zij drongen er bij Jackson op aan om vanaf de prilste voorbereidingen voor dat Tribunaal de misdaden tegen de Joden als een apart onderdeel van de aanklacht te laten behandelen. Robinson drong er op aan vooral de filosoof en nazi-ideoloog Alfred Rosenberg aan te klagen. Hij bezwoer dat het "niet hun bedoeling was wraak te nemen, noch compensatie voor de verliezen te eisen." Op Jackson's vraag hoe hoog die verliezen waren zodat hij dat getal tijdens het Tribunaal zou kunnen hanteren, antwoordde Robinson: "Zes Miljoen".

Daarmee werd het getal Zes Miljoen uitgangspunt voor het IMT en later de wereld.

 
8. AANTAL OMGEKOMEN JODEN MILJOENEN LAGER

Niet weerlegde demografische berekeningen van de revisionistische onderzoekers Walter N. Sanning en Carl O. Nordling kunnen op grond van hun wetenschappelijke methodologie als het meest betrouwbaar over dit onderwerp worden beschouwd. Sanning en Nordling komen middels verschillende benaderingswijzen tot overeenkomende aantallen: het minimum aantal omgekomen Joden tengevolge van oorlogshandelingen ligt volgens hen op ca. 300.000 en de bovengrens op ca. 600.000.

Dat betekent dat het werkelijke aantal joodse slachtoffers tussen de 5 en 10% zou bedragen van het thans dwangmatig opgelegde aantal.

Ook andere cijfers bestempelen het aantal van 6 miljoen als onjuist. De World Almanac, schreef in 1940 (blz. 129) met als bron het American Jewish Committee, dat het aantal Joden in de wereld 15.319.359 personen bedroeg. Vier jaar na de oorlog, in 1949, waren dat er 15.713.638 (blz. 289). Een toename van bijna 400.000.
Als er van de 15.319.359 Joden in 1939 tijdens de oorlog 6 miljoen zijn vermoord, is het uiteraard volstrekt uitgesloten dat het aantal in 1949 15.713.638 zou hebben kunnen zijn. Niet verwonderlijk dus dat het New Yorkse joodse weekblad Aufbau al op 24 december 1948 de Six Million Story beschreef als een puur verzinsel.
De Nationale Raad van Kerken van de USA stelde het aantal Joden in de wereld in 1930 op 15.600.000. De Raad van Synagogen van het Amerikaans Joods Congres in 1939 eveneens.
In 1946 hield de World Almanac het op 15.690.000 en twee jaar later in 1951 noemde het Statistisch Handboek van de Amerikaanse Raad van Kerken het aantal 15.300.000.
Opvallend genoeg zijn die aantallen van voor zowel als na de oorlog buitengewoon overeenstemmend. Van 6.000.000 verdwenen personen blijkt ook uit deze cijfers niets.

Ook het IMT had niet het geringste bewijs voor een aantal van zes miljoen joodse slachtoffers. Op 14 december 1945 poogde US aanklager Walsh het bij het IMT geaccepteerd te krijgen middels een schriftelijke verklaring van beklaagde Höttl. De verdediging eiste daarover echter een kruisverhoor met Höttl. Dat werd niet toegestaan. Door media en 'historici' werd niettemin dat aantal zonder slag of stoot overgenomen.

Daarmee werd een mythisch aantal verheven tot juridische waarheid, waardoor thans iedere niet-jood die dit in het openbaar in twijfel trekt of ontkent, vervolgd kan worden.

 
9. GEEN VERGASSINGEN IN DUITSLAND

Feit is dat in geen van de in Groot-Duitsland (het zgn. Altreich) gesitueerde concentratiekampen Joden zijn "vergast", dus niet in Dachau, Bergen-Belsen, Mauthausen, Sachsenhausen, Theresiënstadt, Natzweiler, Dora, Neuengamme, Flossenbürg, Niederhage, Oranienburg, Ravensbrück, Buchenwald, Gross-Rosen, Stutthof, enz.

Dat wordt inmiddels door nagenoeg alle historici, maar ook door figuren als bijvoorbeeld Wiesenthal erkend. We gaan maar voorbij aan het feit dat tot 50 jaar na de oorlog talloze boeken, documentaires, krantenartikelen, enz. voor waar allerlei suggestieve teksten en foto's publiceerden over "vergassingen" in die kampen, en verscheidene ruimtes als "voormalige gaskamers" aan drommen goedgelovige toeristen werden geshowed. Tenslotte is dit overzicht niet bedoeld om kritiek te leveren op het morele gehalte van wie dan ook.

Maar wat gebeurde er dan wel in die berucht geworden kampen als er niet werd "vergast"? Het waren werk- en strafkampen, waar behalve Joden ook politieke gevangenen, criminelen en als a-socialen beschouwde mensen voor korte of langere tijd buiten de samenleving werden gehouden.
Het regime was er - zoals in alle gevangenissen in de wereld - keihard, maar niet gericht op moord. De meeste moorden en mishandelingen in deze kampen werden door gevangenen gepleegd.
Ook voor de Duitse en SS-bewakers gold een keiharde discipline. Er waren klachtenspreekuren voor diefstal en mishandeling en de daders (gevangenen of bewakers) werden meedogenloos bestraft.

Een speciale afdeling (Sonder Abteilung) van het Reichskriminal Polizei Amt, onder leiding van de SS-jurist Konrad Morgen, was door Himmler speciaal belast met onderzoek naar misdaden en onregelmatigheden in alle kampen. Deze Dienst onderzocht in 1943 en 1944 800 gevallen en bracht bijna 200 SS-ers voor de rechter wegens mishandeling, moord op kampingezetenen, malversaties, plichtsverzuim, etc. Vijf kampcommandanten werden gearresteerd, waarvan er twee door de nazi's zelf ter dood werden gebracht voor misdaden tegen gevangenen (Hermann Florstedt, commandant van Majdanek en Karl Koch, commandant van Buchenwald). Het feit dat de Duitsers misdaden tegen gevangenen in de kampen niet alleen zorgvuldig onderzochten, maar ook streng bestraften, is behalve een bewijs voor het plaatsvinden van die misdaden ook een argument tegen de veronderstelde massavernietiging.

De foto's en films van afschuwelijke stapels uitgemergelde lijken en levende geraamten, voor de wereld synoniem geworden voor "de holocaust", werden voor het merendeel gemaakt in Bergen-Belsen, een kamp in Duitsland waar niet werd "vergast". Bergen-Belsen was qua verzorging en omstandigheden een voorbeeldig kamp. Pas in de laatste maanden van de oorlog werd het een hel op aarde.
Vanaf 1938 gold het als een voorbeeld van hygiëne en correcte verzorging, zoals door talloze ex-gevangenen werd verklaard. Tot 10 maanden voor de bevrijding telde het kamp niet meer dan 3.500 ingezetenen. Toen in het najaar van 1944 grote groepen gevangenen uit de Oostelijke kampen (o.a. uit Auschwitz, waaronder Anne Frank, enz.) wegens het oprukken van het Rode Leger naar Bergen-Belsen werden overgebracht, liep het aantal gevangenen op tot boven de 55.000. De meesten van hen waren bij aankomst ziek en uitgeput. Commandant Kramer protesteerde bij zijn superieuren hevig tegen deze ongecontroleerde toevloed, welke zijn kamp absoluut niet aankon. Er was onvoldoende ruimte, onvoldoende medische verzorging en de toevoer van voedsel, medicijnen en water lag vrijwel stil door dag en nacht uitgevoerde Geallieerde bombardementen op wegen, bruggen, spoorlijnen en magazijnen. Ook al zouden de Duitsers hebben gewild, het was onmogelijk de gevangenen vrij te laten: velen onder hen waren gewone criminelen. Anderen anti-Duits, anti-nazi of leden aan besmettelijke ziekten. Gezonde gevangenen hadden in die oorlogsomstandigheden geen enkele plaats om naar toe te gaan. Vrijlating zou voor de gevangenen en de Duitse bevolking eveneens tot een onvoorstelbare tragedie hebben geleid en werd daarom onverantwoordelijk geacht.

In die situatie braken allerlei epidemieën uit, waardoor duizenden stierven alleen al aan tyfus. Hun door ziekte uitgemergelde lijken konden niet meer fatsoenlijk worden verbrand of begraven.
In totaal stierven er in het bestaan van Bergen-Belsen tot aan de bevrijding ca. 7.000 mensen. Het overgrote deel in de laatste 7 oorlogsmaanden. Na de bevrijding stierven er onder Brits beheer nog eens 14.000.

Officiële geallieerde filmers kregen opdracht de gruwelijkheden in de kampen zo uitvoerig en afschuwelijk mogelijk in beeld te brengen om de overwonnen vijand zo duivels mogelijk af te schilderen. Daarbij werd met de waarheid niet altijd zorgvuldig omgegaan. Een getuige zag op 16 juni 1945 op een afgelegen perron in Erfurt een verzegelde en streng bewaakte trein vol gewonde, zieke, stervende en dode Duitse soldaten. Zij werden die nacht naar Buchenwald, Dachau en andere kampen vervoerd en daarna verfilmd als slachtoffers van nazigruwelen. De lijken werden in Buchenwald gedumpt, waarna de bevolking van Weimar de volgende dag gedwongen werd langs de 'slachtoffers van de nazi's' te defileren. De verfilmer van dit wereldberoemd geworden neptafereel was de later beroemde joodse Hollywoodregisseur Alfred Hitchcock, vader van een populair genre horrorfilms ('Master of Suspense'). Hij moest voor het Internationaal Militair Tribunaal de 'nazigruwelen' voor het nageslacht vastleggen. Daarmee wil niet gezegd zijn dat de gefilmde gruwelen in de Duitse kampen (en steden!) allemaal nep waren. Wel dat het vastleggen en vertonen ervan in de eerste plaats om propagandistische redenen gebeurde en niet om de waarheid te registreren.

Wat voor Bergen-Belsen gold, gold voor vrijwel alle Duitse kampen. In Dachau, Duitsland's oudste concentratiekamp (1933), verbleven in 1945 206.000 gevangenen. Gedurende de oorlogsjaren stierven er volgens officieel vastgestelde cijfers deze aantallen mensen in Dachau :

1940: 1.515 1941: 2.576 1942: 2.470 1943: 1.100 1944: 4.794 1945: 15.384

Deze cijfers laten zien dat in 1942 een daling van het aantal doden optrad en in 1943 ­ op het veronderstelde hoogtepunt van de "holocaust" - zelfs een halvering! Eind 1944 tot 1945 woedde er een tyfusepidemie. Tweederde van de totale sterfte vond plaats in die laatste 7 oorlogsmaanden, vooral door tyfus en de Geallieerde dag-en-nacht bombardementen.

Thans wordt gesteld (buiten het grote publiek om) dat alleen "vergassingen" hebben plaatsgevonden in Poolse "vernietigingskampen": Auschwitz-Birkenau, Belzec, Sobibor en Treblinka.
We zullen nog zien wat daarvan staande is gebleven, hoe overtuigend dat is en wat inmiddels stilzwijgend op de kolossale berg "holocaust-fantasie" werd gedumpt.

In het volgende punt ga ik in op het aantal joodse slachtoffers van Auschwitz, dat niet zoals generaties lang werd rondgebazuind 4 miljoen bedroeg, doch maar liefst ca. 3,5 miljoen minder.

 
10. AANTAL AUSCHWITZ SLACHTOFFERS GEDECIMEERD

Auschwitz was verreweg het grootste Duitse concentratiekamp. Een enorm complex van 39 kamponderdelen, waarin tussen 180.000 en 250.000 mensen verbleven. Het bestond uit 3 sectoren: het hoofdkamp Auschwitz I, Birkenau of Auschwitz II en Monowitz, Auschwitz III.
Het hoofdkamp diende als verblijfplaats voor speciale groepen gevangenen, tewerkgestelden in Monowitz, agrarische projecten in de omgeving en hulpdiensten. Birkenau was het verblijfkamp voor vrouwen, kinderen, arbeidsongeschikten en zieken. Het sterftecijfer was daar het hoogst. Monowitz was een industrieel complex met tienduizenden tewerkgestelde gevangenen en Poolse burgerarbeiders; er werden talloze producten voor de Duitse oorlogsindustrie gefabriceerd, onder meer benzine uit steenkool.

De Sovjet "Bijzondere Staats Commissie voor Onderzoek naar de Misdaden van de Duits Fascistische Agressors en hun Medeplichtigen betreffende de Monsterlijke Wreedheden en Misdaden van de Duitse Regering in Auschwitz" stelde na de bevrijding van het kamp een officieel rapport samen getiteld Sovjet Oorlogsmisdadenrapport over Auschwitz dat werd ingediend bij het Internationaal Militair Tribunaal in Neurenberg (Document 008-USSR, gedateerd 6 mei 1945).

Het was een van de eerste officiële rapporten waarover het IMT kwam te beschikken en geschreven door twee communistische kopstukken die eerder het frauduleuze Rapport over de massamoord bij Katyn hadden geschreven, Nicolaï en Rudenko. Nicolaï was eerst de Sovjet-hoofdaanklager bij het IMT, later rechter(!) bij hetzelfde Tribunaal.

Dit officiële Sovjet Rapport stelde dat "meer dan 4 miljoen mensen uit door Duitsland bezette landen in Auschwitz werden vermoord, veelal door vergassing direct bij aankomst." De Commissie, grotendeels samengesteld uit communistische Joden, was onderdeel van de NKVD, Stalin's beruchte Geheime Dienst die onder leiding stond van de jood Beria.

Wat direct opvalt bij lezing van dit "Rapport" is:

- Het bevat geen enkele handtekening van een van de (zoals gesteld) 2.819 getuigen;
- Het bevat geen specificatie, bron of ander bewijs of zelfs maar aanwijzing voor het genoemde aantal van "meer dan 4 miljoen vermoorde mensen"
- Het bevat geen enkel gegeven of bewijs over "de gaskamers"
- Bij het rapport is geen van de vele belastende documenten (of kopieën daarvan) gevoegd
- De absolute ongeloofwaardigheid van veel van de opgevoerde misdaden (vele tienduizenden vermoord door fenolinjecties in het hart, elektrocutie, crematies met 3-5 lijken per verbrandingskamer, dood in 3-5 minuten door Zyklon-B, 10-12.000 vergassingen/verbrandingen per dag, individuele schouwing van de 12.000 lijken vóór verbranding voor trekken van gouden tanden en kiezen, enz., enz.

Hoe onvoorstelbaar ook, dit "Rapport", bolstaand van rabiate haat en volstrekte onmogelijkheden, waaraan bovendien elke vorm van concreet bewijs ontbrak, werd tot basis voor de beschuldigingen van het IMT en de tot op de dag van vandaag verspreide Joodse Holocaust Versie.
Dat was zeer eenvoudig, want in de Statuten van het IMT stond (Art. 19) "Het Tribunaal is niet gebonden aan technische vormen van bewijsvoering" en (Art. 21) "Het Tribunaal verlangt geen bewijzen van algemeen bekende feiten maar houdt daarmee wel juridisch rekening".

Vijfenveertig jaar lang heeft op gedenkstenen bij het Auschwitz-monument in 19 talen gestaan Vier miljoen mensen leden en stierven hier door de handen van de nazi-moordenaars in de jaren 1940-1945. Alle media, politieke commenatoren, professorale papegaaien, enz. strooiden deze onwaarheid 45 jaar lang in miljoenvoud over de wereld. Koningen, pausen, presidenten, miljoenen toeristen, enz. stonden in verbijstering stil bij een monument met daarop een volkomen uit de lucht gegrepen aantal slachtoffers. Daarvoor bestond eenvoudigweg geen enkel bewijs en thans weten we dat dat aantal volledig uit de duim gezogen was.

In 1990 werden de gedenkstenen vervangen door andere. Daarop staat nu "anderhalf miljoen". Op het moment dat ze werden geplaatst was echter al bekend dat het er tenminste nog 400.000 minder moesten zijn: officieel 1,1 miljoen dus. Een vermindering met maar liefst bijna 3 miljoen!

Maar, de tijd staat niet stil en zegt het spreekwoord niet "Al is de Leugen nog zo snel, de Waarheid achterhaalt haar wel"? Daarom is sindsdien het aantal Auschwitz-doden door nieuwe feiten door vooraanstaande historici alweer fors verder omlaag gebracht.

Als in Auschwitz dus zeker 3 miljoen Joden minder zijn omgebracht dan 45 jaar lang door de misjpoche en haar aanhang is beweerd en degenen die dat al eerder beweerden door hen vol haat "Auschwitz-leugenaars" werden genoemd, zouden excuses en een correctie van de "6 miljoen" voor de hand hebben gelegen. Echter niets daarvan. Voor "de holocaust" gelden immers niet de wetten van de logica, maar de joodse rekenkunde en die brengt de uitkomst van elke berekening onveranderlijk op "6 miljoen". In plaats van excuses te ontvangen worden "holocaust-ontkenners" door de veinzers van "tolerantie" en "anti-haat" met nog meer haat en fanatisme vervolgd dan voorheen.

Niettemin impliceert het gedaalde aantal van 1 miljoen Auschwitz-doden dat elders in bezet Europa dan 5 miljoen Joden moeten zijn vermoord. Op welke plaatsen en in welke kampen, dat moeten de apologeten van de Joodse Holocaust Versie ons echter nog uitleggen. Daar zouden we wel eens heel erg lang op kunnen wachten, want de dodenaantallen van de andere kampen zijn inmiddels ook al "officieel" fors naar beneden bijgesteld.

In 1989, na de val van het communisme, kwamen uit de toen toegankelijk geworden Moskouse archieven 46 Dodenboeken van Auschwitz tevoorschijn die werden overgedragen aan het Internationale Rode Kruis. In die Dodenboeken registreerden de nazi's pijnlijk nauwkeurig alle sterfgevallen in Auschwitz, van 27 juli 1941 tot 1 januari 1944. Ze bevatten in totaal 67.227 namen, adressen, leeftijden, beroepen, enz. van overledenen, alsmede de overlijdensdata en doodsoorzaken.

Volgens bij het Internationale Rode Kruis aanwezige informatie stierven er tijdens de oorlog in Auschwitz in totaal tussen de 130.000 en 150.000 mensen. Dat spoort uitstekend met een rapport van het IRK uit 1947, die het totaal aantal omgekomen Joden (door alle doodsoorzaken) in alle Duitse concentratiekampen stelde op 357.190.

De Auschwitz Dodenboeken zijn om onduidelijke redenen niet voor onderzoek vrijgegeven, maar bekend is geworden is onder de geregistreerde overledenen zich mensen uit alle categorieën bevinden, van 4-jarige kinderen tot 90-jarigen, chronisch zieken, gehandicapten, enz.
Dat preekt het beeld tegen dat zegt dat bij aankomst selectie plaatsvond waarbij kinderen en arbeidsongeschikten regelrecht en ongeregistreerd naar de "gaskamer" werden doorgezonden.

Waarom hebben de communisten 45 jaar lang gezwegen als het graf over deze nauwkeurige registratie van doden in Auschwitz?
Het confisqueren van deze boeken door de Russen is ook nog eens het zoveelste bewijs van de fictie dat de nazi's alle documenten en "sporen" zouden hebben vernietigd.

Auschwitz is niet alleen symbool voor menselijk lijden, het is helaas ook een monument van leugens en overdrijving.

(De volgende bijdrage gaat in op het eveneens officieel drastisch verlaagde aantal joodse slachtoffers in de andere kampen en het feit dat ondanks deze miljoenenverminderingen het aantal van "zes miljoen" niet wordt gewijzigd.)

 
11. AANTAL SLACHTOFFERS IN ALLE ANDERE KAMPEN EVENEENS VERMINDERD

De miljoenenoverdrijving bleef uiteraard niet beperkt tot de slachtoffers van Auschwitz, maar gold evenzeer voor de andere kampen.
Dat was eenvoudig de vrucht van het na-oorlogse holocaustklimaat: alles passeert de mangel van de politiek-correcte (zelf)censuur en die verwelkomt overdrijvingen en demoniseert nuchtere waarheden.

Laten we de aantallen slachtoffers voor andere grote "vernietigingskampen" in Polen eens bezien:

De joodse establishment-historicus Pressac noemde daarvoor in 1995 nieuwe cijfers:

Chelmno: 80- 85.000 (in plaats van 150.000)
Belzec: 100-150.000 (in plaats van 550.000)
Sobibor: 30- 35.000 (in plaats van 250.000)
Treblinka: 200-250.000 (in plaats van 870.000)
Majdanek: > 100.000 (in plaats van 360.000)

Totaal: 510-620.000 in plaats van 2.180.000

Sinds de 6 miljoen van het IMT in 1946 werd vastgesteld dus een officiele daling met meer dan anderhalf miljoen (70%).

 
12. ONDANKS MILJOENENVERMINDERINGEN: MYTHISCH AANTAL VAN 6 MILJOEN BLIJFT

Zoals we bij punt 7 reeds aantoonden, zijn er geen bewijzen en geen aanwijzingen voor het aantal van 6 miljoen vermoorde Joden. Er is geen enkele feitelijke grond voor. Het is een mythisch en volkomen uit de lucht gegrepen getal, dat lang voordat WO II eindigde al werd genoemd.

Dit kan eenvoudig worden geïllustreerd, onder andere met de cijfers van gevierde holocausthistorici.
Ik beperk mij hier tot twee van de bekendsten, aan de cijfers en getallen waarvan in talloze boeken en cursussen de hele wereld wordt gerefereerd: Raul Hilberg en Lucy Dawidowicz. Volgens professor Hilberg werden er 2,67 miljoen Joden vermoord in wat wordt genoemd de "vernietigingskampen". Hilberg stelt het totaal aantal vermoorde Joden op 5,1 miljoen, zodat er buiten de kampen volgens hem 2,43 miljoen Joden werden omgebracht.

Lucy Dawidowicz vertelt een volkomen ander verhaal. Zij stelt in haar boek War Against the Jews dat er niet minder dan 5,37 miljoen Joden werden vergast in "zes moordfabrieken". Aangezien haar totaal van alle omgebrachte Joden 5,9 miljoen is, betekent dit dat er volgens haar 530.000 Joden buiten deze kampen werden omgebracht. Een verschil van 1,9 miljoen met Hilberg.

Men vraagt zich af hoe het mogelijk is dat er zulke enorme verschillen bestaan in "officiële" getallen over slachtoffers, maar meer nog rijst de vraag hoe elk van deze kopstukken uit de holocaust"wetenschap" aan hun cijfers kwamen. Welke betrouwbare onderzoeken of bronnen raadpleegden zij daarvoor? Het antwoord is simpel: geen enkele !! De boeken van deze gevierde "holocaust-wetenschappers" staan bol met voetnoten over de meest triviale bijkomstigheden, maar geen van hen doet de geringste poging uit te leggen waarop hun cijfers over aantallen slachtoffers zijn gebaseerd. Als zij daarvoor al over bronnen beschikken, zijn die niet kosher en missen elke wetenschappelijke grond.

Hilberg's dodenaantal buiten de kampen is bijna vijfmaal hoger dan dat van Dawidowicz. Die "compenseert" dat door voor een kamp als Majdanek maar liefst 1,38 miljoen vermoorde Joden op te voeren, terwijl Hilberg meent dat het er 50.000 waren. Dat staat echter niet in de weg dat beiden in de academische wereld en de media worden beschouwd als "briljante holocausthistorici".

Keihard is aangetoond dat sinds het beruchte IMT vonnis van 1946 het aantal omgekomen Joden in WO II tenminste met 4.560.000 moet worden verminderd (3 miljoen voor Auschwitz en 1.560.000 voor de andere kampen).

Er blijven dan 1,5 miljoen onverklaarde vermisten over, waarvan mogelijk een groot deel is omgekomen. Een afgrijselijk en onvoorstelbaar aantal, al helemaal als men de omstandigheden waaronder dat kon gebeuren in aanmerking neemt.

Van het aantal van 6 miljoen blijft echter minder dan een kwart over. Reden tot grote blijdschap voor iedereen zou men zeggen: Hoera! Er zijn 4,5 miljoen mensen minder vermoord dan we dachten.

Niet echter voor joodse belangengroepen. Zij zijn des duivels ! Bezeten van Oudtestamentische haat slepen zij elke niet-joodse Ketter voor de rechter die de moed heeft hun onbewezen metafysische getal in twijfel te trekken.
Ondersteund door nieuwe wetten en snelgroeiende Afdelingen bij de Openbare Ministeries in Europese landen, Inquisition Services Departments. Die lopen zich het vuur uit de sloffen om hun belangrijkste opdrachtgevers, joodse belangengroepen en veinzers van "anti-haat" en "tolerantie", van dienst te zijn.
Dankzij onze moderne Justitie heeft het begrip "Jodenvervolging" een geheel nieuwe betekenis gekregen. Het betekent nu, in 2005: vervolging door Joden van niet-Joden. Ongelooflijk maar waar, de Middeleeuwen revisited......

Wat Jean-Claude Pressac, een van de meest vooraanstaande en eerlijkste onderzoekers uit de stal van het holocaust-establishment, in zijn laatste boek over de gewraakte aantallen schreef, is niettemin van historische betekenis:

"Wat de vernietiging van de Joden betreft, moeten meerdere fundamentele gegevens grondig ter discussie worden gesteld. De [door de officiële geschiedschrijving] gehanteerde aantallen moeten volkomen worden gereviseerd. De uitdrukking "Volkerenmoord" is niet meer op haar plaats."

Gelukkig voor Pressac was hij joods, anders zou deze moedige en eerlijke man, als zovele niet-Joden vóór hem in de kerker zijn terechtgekomen.

Als laatste strohalm voor hun "6 miljoen" werpen gelovigen in het mythologische getal "6 miljoen" de vraag op: Waar zijn die zes miljoen verdwenen Joden dan gebleven? Een onzuivere vraag, want het is nooit bewezen dat er 6 miljoen zijn verdwenen en bovendien wordt het aantal in die vraag daarmee verheven tot (onbewezen) maatstaf.
Niemand kan echter het werkelijke aantal "verdwenen" Joden vaststellen. Dat is net zo onmogelijk als de 'verdwijning' van de 14 miljoen na de oorlog verdreven Duitsers in de communistisch geworden gebieden. Vaststaat dat er van hen tenminste 2 miljoen omkwamen. Waar de andere 12 miljoen bleven is en blijft hypothetisch omdat ook dat door de politieke en territoriale turbulenties van voor en na de oorlog nooit kon worden onderzocht.
Maar is het niet net zo absurd te veronderstellen dat die 12 miljoen Duitsers overeenkomstig het ideologische gedachtengoed van de communistische Joden Beria, Ilya Ehrenburg ('Kameraden, Moordt, Moordt') en het Morgenthauplan, dus in (nooit onderzochte) Stalin-concentratiekampen zouden zijn vergast?

Inmiddels geven steeds meer aanhangers van de JHV de verdediging van het aantal 'zes miljoen' op; zij kiezen nu strategisch voor een toekomstvaster eufemisme: "zes miljoen is een symbolisch getal" zeggen zij nu. Een politiek-strategisch getal zou eerlijker en juister zijn.

Alles wordt in het werk gesteld om te dwarsbomen dat naar het werkelijke aantal joodse slachtoffers en de wijze waarop zij omkwamen onafhankelijk onderzoek wordt verricht. Een voorbeeld daarvan is het gesloten houden van het Arolsen Archief. In het Duitse stadje Arolsen bevindt zich de weinig bekende organisatie International Tracing Service (ITS), na de oorlog door de Geallieerden opgericht met thans 400 medewerkers. Het beleid wordt bepaald door een groep van 10 landen, waaronder Israël.
Het ITC beheert een archief met 47 miljoen dossiers over 17 miljoen mensen die zich in Duitse concentratie- en arbeidskampen bevonden. De toegang tot 98% van deze dossiers, die een uniek inzicht verschaffen over de werkelijke aantallen slachtoffers is verboden. Als reden wordt zestig jaar na de oorlog 'privacy' opgegeven.

Het verbod op onafhankelijk onderzoek binnen dat sleutel-archief doet vermoeden dat daar politieke en financiële belangen achter zitten. Politieke omdat de JHV in het belang van Israël en het zionisme overeind moet worden gehouden en financiële omdat de enorme schadevergoedingen en 'Wiedergutmachung' die Israël en joodse organisaties ontvangen vrijwel zeker zijn vastgesteld op grond van te hoge aannames. Sinds 1951 heeft Duitsland alleen al meer dan 62 miljard Dollar overgemaakt aan de 'Jewish Claims Congress' gevestigd in New York.

Onafhankelijke bronnen stellen dat er in het door de nazi's bezette gebied tussen 4 en 5 miljoen Joden leefden. Daarvan zouden er 6 miljoen zijn vermoord.... Volgens de Israëlische ex-premier Netanyahu zijn er echter 5 miljoen holocaustoverlevenden die recht hebben op schadevergoeding van Duitsland.... Volgens de Duitse overheid zijn dat er 4,3 miljoen, maar niettemin.....

(Let op de treffende overeenkomst tussen het door de revisionist Sanning genoemde totaal aantal vermiste Joden in WO II van 3-600.000 en het verschil tussen het aantal aanwezige Joden en het aantal schadeclaims van overlevenden: ten hoogste 700.000).

Zionisten, joodse belangengroepen en filosemieten hebben enorme belangen bij het instandhouden van de "zes miljoen" mythe. Loslaten ervan betekent de erkenning van een monsterlijke misleiding zoals nooit eerder in de wereld vertoond. Het stelt de leugenachtigheid van de gegijzelde media en de lippendienst van de universitaire wereld onbarmhartig aan de kaak. Het maakt de tientallen miljarden door Duitsland aan Israël betaald tot een aanfluiting, de miljardenclaims aan "schadeloosstellingen", de onevenredige bevoordeling van de joodse staat door de VS, enz.
Het brengt drommen politici, die met geld van hun burgers blindelings de joodse staat steunden in diskrediet. Kortom, de gevolgen van het loslaten van "zes miljoen" zijn niet te overzien en worden terecht door betrokkenen en medeplichtigen gevreesd.

Het valt daarom niet te verwachten dat het getal wordt losgelaten. Op z'n hoogst zal het steeds minder worden genoemd en langzamerhand worden vervangen door een ongevaarlijk eufemisme: "het is een symbolisch getal". Om het bedrog voor de ongeïnteresseerde massa verteerbaar te maken.....

 
13. GEEN CONCRETE BEWIJZEN VOOR "GASKAMERS"

Voor de veelbesproken "gaskamers", de demonische kern van de Joodse Holocaust Versie, bestaan geen concrete bewijzen. Er is niet één foto welke bewijst dat een getoonde ruimte werkelijk een "gaskamer" voor homocide was, noch foto's van onderdelen of installaties. Ook zijn er geen bouwtekeningen gevonden waarvan uit bouwwijze, inrichting of installaties rechtstreeks is af te leiden dat het om een gaskamer ging. Er zijn geen documenten gevonden welke betrekking hadden op de voorbereiding, het ontwerp, de bouw, de inrichting, onderhoud, instructies, procedures, enzovoort. Er zijn geen sporen van het gebruik van het gif in de betreffende ruimten. Er bestaat niet één "gaskamer" in originele staat. Er bestaat niet één expertiserapport dat bevestigt dat een bepaalde ruimte een gaskamer is geweest. Er is bij honderden autopsies niet één lijk gevonden waarvan kon worden aangetoond dat deze door "vergassing" werd omgebracht. Er is geen spoor van "miljoenenaantallen vergaste lijken" (tienduizenden tonnen as en beenderresten) teruggevonden. Er zijn geen restanten van installaties welke in staat zouden zijn geweest zoveel mensen te verbranden en te verassen. Geallieerde luchtfoto's vertonen geen aanwijzingen dat in Auschwitz massale vergassingen en verbrandingen plaatsvonden.

Niet voor niets daagde de Franse revisionist professor Faurisson de hele internationale wereld van pers, media en wetenschap uit: "Toon of teken mij een gaskamer".
Zijn uitdaging bleef onbeantwoord. Ze bestaan niet.

Wie over 'gaskamers' en 'vergassingen' hoort spreken moet zich onmiddellijk realiseren dat voor het bestaan daarvan geen forensisch-wetenschappelijke bewijzen zijn gevonden, maar dat een veelvoud aan overtuigende forensische feiten voorhanden is die op het tegendeel wijzen. Geen van de vele getuigenissen toont overtuigend aan dat ze wél bestaan hebben. Het is steeds 'van horen zeggen', uit de tweede of derde hand. Zolang onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek, vergelijkbaar met dat bij andere criminele feiten, niet als uitgangspunt wordt geaccepteerd, kan aan de Joodse Holocaust Versie geen geloof worden gehecht.

De enige vorm van bewijs voor "gaskamers", waarop de gehele Joodse Holocaust Versie rust, zijn mondelinge verklaringen.

Het is goed zich te realiseren dat in de hiërarchie van criminele bewijssoorten getuigenissen een ondergeschikte plaats innemen. Mondelinge en schriftelijke getuigenissen gelden niet als bewijs. Dat is maar goed ook, want anders zou een simpele mededeling van iemand dat hij u een misdaad heeft zien plegen u in de gevangenis brengen. Mondelinge of schriftelijke verklaringen zijn geen zelfstandig bewijs en moeten daarom altijd worden ondersteund met concrete forensische bewijzen. Bijvoorbeeld een moordwapen, een bewijsbaar motief, documenten, een lijk, sporen als vingerafdrukken, DNA-materiaal, enz.

Aangezien verklaringen, mondeling en schriftelijk, voor de Joodse Holocaust Versie het belangrijkste bewijsmateriaal vormen, ga ik daarop wat verder in. Ik beperk mij tot hoofdlijnen omdat dit een zeer omvangrijke materie betreft.

Over elk van onderstaande feiten zijn dikke boeken geschreven, welks inhoud we hier uiteraard niet kunnen opnemen. Niettemin geldt het onderstaande als bewezen:

1. Verklaringen zijn "getuigenissen" en die zijn - zoals elke deskundige zal beamen ­ per definitie onbetrouwbaar.
2. Hoe langer geleden gebeurd, hoe onbetrouwbaarder.
3. Getuigenissen over "de holocaust" werden niet zelden overheerst door (begrijpelijke) gevoelens van haat en wraak.
4. Veelal worden onbewust zaken opgenomen van horen zeggen of zelfs verzinsels.
5. Van schriftelijke verklaringen ("bekentenissen") van belangrijke nazi-kopstukken is bewezen dat ze zijn verkregen na ernstige lichamelijke en psychische folteringen.
6. Onder foltering kan men iemand alles laten bekennen.
7. Er is niet één betrouwbare getuige geweest die aannemelijk heeft gemaakt dat hij met eigen ogen een "gaskamer" heeft gezien.
8. Talloze getuigenissen blijken onwaarheden, tegenstrijdigheden en onmogelijkheden te bevatten.

Höß, (Höss) de gevangengenomen commandant van Auschwitz, tekende een verklaring waarin stond dat tijdens zijn bewind er 2.500.000 Joden waren vergast. Later zei hij daarover: "Ik heb geen idee wat er in die verklaring staat en ook niet dat ik hem heb getekend. De (gedwongen) alcohol en de zweep waren teveel voor me . . ."

Shmuel Krakowski, archivaris van het Yad Vashem Holocaustmuseum in Israël, stelde dat is bewezen dat meer dan 10.000(!) getuigenissen van ooggetuigen van Duitse gruweldaden vals zijn.

Voor de veronderstelde "gaskamers" ontbreekt zoals gezegd concreet forensisch bewijs. Dat is uiterst vreemd, want de ruimten en gebouwen waarin het allemaal zou zijn gebeurd, bestaan voor een groot gedeelte nog steeds.
Nog vreemder is dat naar die overblijfselen van wat wordt verondersteld de omvangrijkste en meest gruwelijke massamoord uit de geschiedenis der mensheid te zijn geweest, door de verspreiders ervan nooit forensisch onderzoek is gedaan. Voorstellen in de loop der jaren door anderen gedaan om onderzoek te laten verrichten, verdwenen in de doofpot.

Zo was de situatie tot 1989, toen revisionisten besloten zelf onderzoek uit te voeren naar de overblijfselen van de "gaskamers" van Auschwitz-Birkenau en Majdanek. De resultaten toonden aan dat in de veronderstelde "gaskamers" geen sporen van het onvergaanbare Pruisisch blauw, een residu van blauwzuurgas, aanwezig waren, een bewijs dat daar niet massaal mensen kunnen zijn vergast. Dit afgezien van nog talloze andere omstandigheden welke die ruimten daarvoor als absoluut ongeschikt kenmerken. (Het volgende punt gaat daar uitvoerig op in).

Concrete forensische bewijzen voor "de gaskamers" zijn er dus niet; sterker nog, onderzoek toont aan dat deze ruimten onmogelijk als zodanig kunnen hebben gediend.

Bij de bevrijding van Auschwitz door de Russen in januari 1945, viel onder meer het complete archief van de Bau-abteilung van het kamp ongeschonden in hun handen. Holocaust-coryfee Van Pelt stelt dat de nazi's "vergeten" waren het te vernietigen.
Het archief bevatte onder meer vele tienduizenden documenten en tekeningen over ontwerp, bouw, uitbreidingen, reparaties, installaties, enz. van alle gebouwen in en rond het gigantische kamp. Ook alle tekeningen van ruimten die nu als "gaskamers" bekend staan bevinden zich daaronder.
Geen van die tekeningen droeg het stempel "Geheim". Holocaustprofessor Van Pelt, een knap illusionist, zegt daarover: Het was zo geheim dat niemand mocht weten dat het geheim was en daarom werd het niet geheim gehouden.... Uit geen van de tekeningen blijkt dat het om "gaskamers" gaat. Ook geen van de andere documenten geeft daarvoor enige objectieve aanwijzing. Wel zijn later bestelorders voor douchekoppen en metalen deuren als secundair "bewijs" voor de zgn. gaskamerfunctie aangevoerd. Daarop kom ik later gedetailleerd terug.

Er bestaat niet één "gaskamer" in ongewijzigde staat. In de punten 18 en 19 wordt bewezen dat de aan miljoenen toeristen getoonde "gaskamers" van Dachau, Auschwitz I en Mauthausen na de oorlog gebouwde vervalsingen zijn. Van andere, bijv. Stutthof (oostelijk van Gdansk) is zelfs voor de leek duidelijk dat daarin geen mensen kunnen zijn "vergast", omdat ze veel te klein zijn of duidelijk bestemd geweest voor het ontsmetten van kleding. De nooit bestaand hebbende 'gaskamer' van Sachsenhausen is eveneens een populaire bedevaartplaats. Dat is des te navranter omdat zich daar massagraven bevinden van 26.400 Duitsers die na de oorlog door de Amerikanen werden gedood en van 12.000 anderen die na de oorlog omkwamen toen de Russen in dat kamp politieke gevangenen vasthielden. Inmiddels zijn daar omvangrijke herstelwerkzaamheden gaande die alle sporen van de naoorlogse massamoorden op Duitsers zodanig zullen presenteren dat men de indruk krijgt dat het allen slachtoffers van de nazi's waren.

 
14. GEEN CYANIDESPOREN IN 'GASKAMERS' AUSCHWITZ

Bij het eerste proces tegen Ernst Zündel (1988) in Canada kwam onder meer de vraag aan de orde of in de "gaskamers" van Auschwitz honderdduizenden mensen "vergast" kunnen zijn. De revisionisten bestreden dat en stuurden daarom in het geheim Amerika's meest befaamde gaskamerspecialist, Fred A. Leuchter, naar het communistische Polen om monsters van plafonds en muren van de "gaskamers" te nemen en een oordeel te geven over de geschiktheid voor massavergassingen van die ruimten.

Leuchter was een excellent specialist op zijn vakgebied, maar geen chemicus. Hij was ook geen revisionist en had geen enkele politieke achtergrond.
Hij verbond aan zijn medewerking één voorwaarde: als zijn bevindingen zouden aantonen dat de betreffende ruimten wél als gaskamers konden zijn gebruikt, zou hij dat ook bekendmaken. Zijn voorwaarde werd geaccepteerd en Leuchter reisde af naar Auschwitz en Majdanek.

Onder moeilijke omstandigheden en het risico lopend te worden gearresteerd, verzamelde hij in de veronderstelde "gaskamers" clandestien op diverse plaatsen monsters van wanden en plafonds. Hij hield nauwkeurig bij onder welke fysische omstandigheden, op welke plaatsen, etc. en legde dat vast op film.

Ter vergelijking nam hij ook monsters in een ruimte waar de nazi's met Zyklon-B kleding enz. ontsmetten.

Terug in Amerika liet hij de monsters onderzoeken op sporen van HCN (blauwzuur) en Pruisisch blauw, een onvergankelijk residu van blauwzuur, bij een van de meest gerenommeerde chemische onderzoeksinstituten in de VS. Hij vertelde niet waar de monsters vandaan kwamen.

De resultaten waren sensationeel: de meetwaarden voor de zogenaamde gaskamers bleken van 0 tot waarden beneden de meettolerantie te liggen en die voor de ontsmettingsruimte tot 1.000 maal hoger.
De in de "gaskamers" gemeten waarden waren daarmee gelijk aan die in gewone gevangenenbarakken en de minimale gemeten hoeveelheden vermoedelijk afkomstig van periodieke schoonmaak- en ontsmettingsacties.

Dat weersprak dat in de zogenaamde gaskamers enorme aantallen mensen met blauwzuurgas (Zyklon-B) zouden zijn "vergast". Leuchter schreef over zijn onderzoek een Rapport, waarin hij stelde dat deze "gaskamers" ook om andere redenen nooit als "gaskamer" hebben kunnen dienen. De conclusie van zijn Rapport:
Na bestudering van de beschikbare literatuur, onderzoek en evaluatie van de bestaande faciliteiten in Auschwitz-Birkenau en Majdanek en op basis van expertise van ontwerpcriteria, werking van gaskamerprocedures, onderzoek van crematoriumtechnologie en inspectie van moderne crematoria, heeft de auteur geen bewijzen gevonden dat een van de als gaskamer aangeduide gebouwen ooit als zodanig is gebruikt en stelt verder, dat deze faciliteiten door ontwerp en constructie onmogelijk kunnen zijn gebruikt als executiegaskamers.
De joodse aanklagers van Zündel trachtten het Leuchter's Rapport uit de processtukken te laten verwijderen. Zij hadden in zijn privégeschiedenis gewroet en ontdekt dat Leuchter zich Ir. noemde en in werkelijkheid ing was. Het lukte hen (toen) niet.

We zullen hier niet ingaan op de smerige praktijken welke joodse lobby's ter beschikking staan om hun vijanden kapot te maken. Die leidden uiteindelijk tot de zakelijke en maatschappelijke vernietiging van Leuchter. Dat is een ander verhaal.

Leuchter's resultaten werden op de bekende wijze door de joods-overheerste media eerst doodgezwegen, toen belachelijk gemaakt, daarna gecriminaliseerd en tenslotte volkomen verdraaid. Dat bleek echter niet voldoende om de impact van Leuchter's onderzoek te neutraliseren en daarom kreeg het Pools Forensisch Instituut in Krakow bij Auschwitz opdracht een contra-onderzoek te doen, met de bedoeling Leuchter's Rapport onderuit te halen. Groot was de consternatie toen de Poolse metingen Leuchter's resultaten bevestigden.

Natuurlijk kon men met zo'n mededeling niet naar buiten komen, dus werd Leuchters onderzoek op een andere manier waardeloos verklaard: "Ziet u, Leuchter heeft geen gelijk, want u moet begrijpen dat door zure regen, sneeuw, etcetera, de cyanidesporen van de gaskamers in de loop der jaren natuurlijk zijn verdwenen."

Een aperte leugen en meervoudige wetenschappelijke fraude. Want, zoals gespecialiseerde chemici weten, verdwijnt dit soort blauwzuursporen - net zo min als roest - door deze factoren NIET en bovendien werden in monsters die NOOIT aan weersomstandigheden waren blootgesteld (binnen het gebouw) evenmin cyanidesporen gemeten. Feiten waarvan de Poolse 'onderzoekers' uiteraard perfect op de hoogte waren.

Omdat Leuchter geen chemicus was en zijn onderzoek onder moeilijke omstandigheden plaatsvond, werden later enkele kleine onnauwkeurigheden vastgesteld, die echter aan zijn algehele conclusie niets afdoen. Leuchter komt de eer toe baanbrekend forensisch onderzoek naar "gaskamers" te hebben verricht en belangrijk te hebben bijgedragen aan het vinden van de waarheid daarover.

De briljante Duitse chemicus en revisionist Germar Rudolf verrichtte later eveneens onderzoek, een onderzoek dat vanuit chemisch-wetenschappelijk oogpunt boven elke kritiek verheven is. Het versterkte en verdiepte de conclusies van Leuchter. Rudolf rekende bovendien in zijn Rudolf Report definitief af met de frauduleuze afleidingsmanoeuvres van de Poolse chemici en anderen.

Dr. Germar Rudolf noemde de frauduleuze houding van de officiële Poolse chemici, die werkten voor het Auschwitz Staatsmuseum, een van de grootste wetenschappelijke vervalsingen van de 20e eeuw.

Niettemin was er recentelijk een andere professor in de chemie die beweerde dat HCN "niet in staat is verder dan éénhonderdste millimeter in muren door te dringen" en daarom de in de "gaskamers" gemeten waarden honderdvoudig moeten worden verhoogd.
Rudolf toonde uiteraard wetenschappelijk de schandelijke nonsens daarvan aan, maar iedere leek die in Auschwitz en andere kampen de ontluizingsgebouwtjes ziet, kan vaststellen dat de muren daarvan zelfs aan de buitenkant blauw zijn uitgeslagen: het HCN is van binnenuit dwars door de muur naar buiten gedrongen !

Het treurige is dat weinigen in staat zijn de leugenachtigheid van dit soort opmerkingen van onder holocaustchantage levende "vooraanstaande geleerden" te ontmaskeren. Wie alles over "gaskamers" wil weten, leze het Rudolf Report, te downloaden op http://www.vho.org/

 
15. GEEN CYANIDESPOREN, GEEN MASSALE VERGASSINGEN

Het feit dat in de veronderstelde "gaskamers" van Auschwitz en Majdanek (de enige kampen waarvan gezegd wordt dat daar met Zyklon-B werd "vergast") geen sporen van HCN zijn gevonden, sluit menselijkerwijs uit dat daar honderdduizenden op die wijze om het leven werden gebracht.

Is het mogelijk dat honderdduizenden mensen in gaskamers werden vergast met blauwzuurgas uit Zyklon-B, zonder dat in vloeren, muren en plafonds daarvan noemenswaardige sporen worden teruggevonden?

Het antwoord is nee. Blauwzuur (hydrocyanide of HCN) is een kleurloze vloeistof die bij een temperatuur van 25,7 ºC geleidelijk overgaat in gasvorm. Het gedraagt zich in bepaalde opzichten als water, condenseert op koelere oppervlakken en dringt dan als vloeistof in poreuze materialen zoals beton, cement, baksteen, stucwerk, voegen, enz.
Dat zou net zoals vocht ook weer na korte tijd verdwijnen, ware het niet dat HCN reageert met onder andere ijzerdeeltjes (ferrocyanides) in deze bouwmaterialen en daarbij een blauwe kleurstof vormt: IJzerblauw of Pruisisch blauw. IJzer komt in grote hoeveelheden in bouwmaterialen voor; het geeft onder andere de rode kleur aan bakstenen. Pruisisch blauw is het bewijs dat deze materialen in contact zijn geweest met HCN.

Het gevormde Pruisisch blauw heeft een buitengewoon grote chemische stabiliteit, waardoor het zeer slijtvast is en onder normale omstandigheden onoplosbaar. Na honderd jaar is het nog zichtbaar in de bouwmaterialen waarin het werd gevormd; het blijft aanwezig zolang die materialen bestaan.

Omdat de meeste bouwmaterialen HCN gemakkelijk opnemen zijn de muren van ontsmettingsruimten voor kleding, etc. in Auschwitz, Majdanek, Stutthof, enz. (waarin Zyklon-B werd gebruikt), niet alleen aan de binnenkant blauw, maar ook aan de buitenkant.

De omstandigheden in de "gaskamers", de gebruikte materialen, de afwezigheid van beschermende coatings, de vochtigheid, de temperatuur, de periode van de veronderstelde vergassingen, de daarvoor benodigde hoeveelheden Zyklon-B, enz. waren elk voor zich ideaal voor de vorming van Pruisisch blauw.

Dat daarvan in de veronderstelde gaskamers minder dan niets is gevonden, maakt het onmogelijk dat daar massaal mensen met Zyklon-B zijn "vergast".